Portugal, land van Boeddha, Ginjinha de Óbidos, Kerken, Kastelen, Kloosters en veel meer

Klik op de foto’s en de afbeeldingen worden vergroot

28 mei Boeddha en de Middeleeuwen komen tot leven
Na een vrije dag volgt meestal weer een dag met excursies of een reisdag. Vroeg uit de veren. Bij Bombarral, is een bijzonder themapark: Buddha Eden. Deze Oosterse tuin van 35 hectare staat vol met enorme Boeddha-beelden. Opgericht door een rijke  zakenman José Berardo. Hij wilde de wereld een vredige plek teruggeven na het opblazen van de enorme boeddha’s van Bamyan in Afghanistan. We zijn veel te vroeg het is nog fris. Eerst gaan we met een treintje naar het hoogste punt langs schilderijen en tekeningen van de wijnproductie en oogsten in vroegere tijden en vervolgens kwamen we in een deel waar allemaal Boeddha beelden staan. Naast de Boeddha-beelden nodigt het blauwgeverfde terracotta leger uit tot fotograferen. In het verleden hadden de soldaten allerlei kleuren, maar de laatste tijd zijn de soldaatjes voornamelijk erg blauw. We lopen door een Oosterse en Afrikaanse beeldentuin , terwijl we kennis maken met moderne en hedendaagse kunst , omgeven door verschillende soorten planten en bomen. Bij een waterpartij is het restaurant voor een lekkere bak koffie met wat lekkers. Extra troef is de aangelegen Quinta dos Loridos, wanneer je naar de uitgang gaat, loop je rechtstreeks de giftshop in waar we diversen wijnen kunnen proeven van de Bacalhôa Vinhos de Portugal en ook kunnen kopen. Dat doen we dat ook. Een bijzondere wijn is de azurblauwe  Casal Mendes Casal Mendes Blue Branco: hemelsblauw fruitig en een bloemig aroma. Terwijl ik dit verslag schrijf hebben we een heerlijke fles wijn open getrokken.

Je kunt van de tuin vinden wat je wilt, raar, mooi, gedurfd. Het is in ieder geval een aparte gewaarwording om enorme Boeddha’s in een Portugees landschap tussen olijfbomen en wijngaarden te zien.

Na een korte busrit komen we aan in Óbidos, een historisch/toeristisch plaatsje waar we gelijk de processie mee maken van de heilige Fatima die hier een maand heeft gestaan. Het nog geheel ommuurde vestingstadje, hoog boven de Rio da Vargem, hier lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Óbidos een trots verleden toen het nog aan zee lag en van strategisch belang was. Toen koning D. Dinis het stadje in de 13e eeuw aan zijn vrouw, D. Isabel, schonk werd Óbidos de stad van de koninginnen van Portugal. Het is weer eens wat anders dan een bos bloemen. We lopen het stadje in door de Porta Vila. Kijk even omhoog, het is prachtig beschilderd en versierd met azulejos. Dit bovenste deel van de stadspoort is eigenlijk een kapelletje en de afbeelding op de azulejos laat de Passie van Christus zien. Ik wordt daar opgewacht door de Medico della Pesta of te wel “de plaag-dokter”. De ‘uitvinder’ van dit masker is de 17e eeuwse Franse arts Charles de Lorme. Hij gebruikte het Medico della Peste masker bij de behandeling van slachtoffers van de pest. In die snavel stopten ze kruiden en gedroogde kruiden tegen de stank. Daarnaast hadden ze een stok om in pestlijders te kunnen prikken – om te zien of ze nog leefden of om ze in geval van opdringerigheid op afstand te houden. Tegen een kleine vergoeding mag ik met hem op de foto. Het leuke aan het stadje is dat het compact is. Realiseer je daarbij wel dat alles is gebouwd tegen een heuvel van 75 meter en dus vrij steil is, met middeleeuwse bestrating. Niet erg naaldhak vriendelijk dus! Eigenlijk maar 1 lange straat maar het is heerlijk slenteren langs alle winkeltjes en witte huizen bedekt met bloemen. Eenmaal op de stadsmuur (Paul) is het op sommige plekken oppassen geblazen, omdat er aan de binnenkant niet op alle plaatsen een muur of zelfs maar een reling zit en de muren zijn hoog. De uitzichten over het landschap zijn echter geweldig. Het 12de -eeuwse kasteel is nu een Pousada. Tijd om van de regionale producten te proeven. De Pastéis de Feijão. Een knapperig gebakje van een soort filodeeg met een vulling van witte bonen. Dat klinkt niet zo smakelijk, maar dat is het dus wel! De bonen zijn gemalen tot een soort spijs en gezoet met suiker en de combinatie met het knapperige deeg is echt heerlijk!. Nog zo’n must  is de beroemde kersenlikeur, de “Ginjinha de Óbidos”. Op verschillende plaatsen zijn kleine loketjes om te proeven, bij voorkeur in een bekertje van chocolade. Rond 16.00 uur een borrel, aangeboden door de camping. Met een aantal willen we het restaurant op de camping vereren met een bezoekje. Een comfortabele ruimte, met een grote verscheidenheid aan dagmenu’s. Helaas gesloten, we zullen het nooit weten. Maar er is ook nog een bar waar je terecht kunt voor elke type snack. De keuze is snel gemaakt, maar wat een afgang alles uit de micro-wave, zelfs de frietjes. Bah!!!

29 mei. Een overkill aan kerken, kastelen tot ons genomen. Als dat maar goed gaat de komende weken.
Tomar, in de voetsporen van de orde van de Tempeliers, later Orde van Christus. In het centrum van Portugal ligt in de kleine, historische stad Tomar een prachtig en mysterieus klooster, het Convento de Cristo. Christusklooster en Tempelierskasteel. We stappen via een steile middeleeuwse weg naar klooster en kasteel. Blijkbaar zijn we nog vroeg want er zijn maar weinig toeristen, of het is niet de moeite. We waren dus wat vroeg, onze mond is menigmaal opengevallen. Bekijk de foto’s en beslis zelf. Wij vonden het groots – prachtig – uniek – …..Het klooster waarvan de bouw rond 1160 door de Tempeliers is begonnen en later door anderen is volmaakt is natuurlijk een mengelmoes aan stijlen. We dwalen door verschillende kruis/kloostergangen en verbazen ons over de merkwaardige bouwsels en de overdaad aan versieringen. Alle rijk gedecoreerd met azulejos. Met name de Tempelierskerk is heel bijzonder. De uit de 12e eeuw charola zou een kopie zijn van de Heilige-Grafkerk in Jeruzalem. Nog tijd om het plaatsje zelf te bezichtigen. “Een lekkere Abatanado met een plak caké In een oud cinema Paradiso interieur art deo – ook een volks café – met de spiegels rondom Café Paraiso. Wandelend door het centrum met veel kleine winkeltjes, sla je rechtsaf en kom je bij de rivier Rio Nabão met het park. Er is een oud watermolenrad, dat nog steeds werkt!. Het uitzicht op de rivier die dwars door het centrum stroomt, is vooral mooi door al zijn bruggen. Mooie panden uit de koloniale tijd, maar vaak in slechte staat. Sommige zijn door de gemeente wit gemaakt en voorzien van foto´s achter de kozijnen. Veel gevels zijn versierd en de straatnaam (tegel) bordjes zijn ware kunstwerkjes.

Fátima, een reis naar het altaar van de wereld.
Een bedevaartsoord te vergelijken met Lourdes wat je als toerist gezien moet hebben. Toch heerst hier een totaal andere sfeer. Hier komen ook veel pelgrims en boetedoeners, in Lourdes hoopt men vooral op het wonder van genezing.  Even in het kort: Op 13 mei 1917 verscheen Maria aan 3 herderskinderen: Francesco van 8 en zijn zusje Jacinta van 7 en hun nichtje Lucia van 10 en daar is het gedonder mee begonnen. Op 13 mei stromen duizenden pelgrims naar hier, om dit heugelijke feit te herdenken. Het plein is 2 keer zo groot als het St. Pietersplein in Rome en op het plein vertoeven veel mensen. Als pelgrim moet je eigenlijk op de knieën van de ene kant van het plein naar de andere kant. We zien meerdere mensen die dit doen. Er ligt een speciaal pad over het plein wat hiervoor bestemd is. Het is  fascinerend en verwonderlijk. Je wil ze het niet vragen, maar je vraagt je wel af wat ze beweegt dit te doen, hoewel ik denk, dat God het echt niet nodig vind om dit te doen. Op de plaats van de verschijningen, staat een kapel. Aan de lopende band wordt er de dienst gehouden. Vele kaarsen worden aangestoken – de grote worden zelfs in het vuur gegooid – sommige lichaamsdelen in was

worden neergezet. Bizar. Constant wordt er  gebeden. Wij gaan naar de kerk en bekijken de graven.  Aan de overkant van de basiliek is nóg een basiliek gebouwd (2007) met 8633 zitplaatsen. Deze is vrij modern. Op het heiligdom kun je net als in Lourdes, alleen kaarsen kopen. In de stad echter is er een enorm aanbod van religieuze artikelen, souvenirs en horeca met gezellige terrassen.  Als we voldoende gezien hebben lopen we naar Hotel Três Pastorinhos, want betekent de drie herderskinderen. We hadden trek gekregen en tijd voor de lunch. Nou, het was een compleet diner. Alleen jammer dat alles lauw was.

Mosteiro de Batalha, klooster van de strijd doordrenkt van huwelijksperikelen, liefdestragedies en erfenisconflicten Dat lag gewoon aan de Portugese kroonprins Ferdinand. Tussen Portugal en Castilië (de voorloper van Spanje) is het al een tijdje mot. Beide landen staken elkaar voortdurend naar de kroon, intriges zat en door het onderling uitwisselen van dochters maakten hun echtgenoten steeds opnieuw aanspraak op elkanders grondgebied. Zo ook in 1383. Ferdinand overleed echter zonder mannelijke erfgenaam en koning Johan I van Castilië eiste de nalatenschap op omdat hij was getrouwd met zijn dochter Beatrix van Portugal. Dan zien de Portugezen niet zitten. Never nooit Toegeven zou betekenen dat Portugal van de kaart verdwijnt. Gelukkig kwam daar Johan ((João I), de halfbroer en bastaardzoon van Ferdinand in beeld. Hij wist  de burenruzie, met hulp van Engeland, hij was immers met Filippa van Lancaster getrouwd te winnen en Portugal veilig te stellen.  Johan had voorafgaand aan de strijd de Heilige Maagd Maria om Goddelijke steun gevraagd als hij de slag zou winnen. Hij moest dus zijn belofte waar maken en bouwde een fonkelnieuw klooster en kerk. “Ja dus?” Heel toepasselijk noemde hij het klooster van de strijd. Oftewel, het Mosteiro de Batalha. Als je goed luistert kan je er het Engelse woord battle/veldslag in herkennen.” En zo is de Santa Maria de la Vitoria ontstaan.  Achter de schermen in het klooster. Aan dit enorme kloostercomplex werd bijna twee eeuwen gewerkt voor wat toen “het grootste klooster aller tijden” moest worden Er zijn veel  bezienswaardigheden. De kapel; Capela do Fundador van de stichter met hun praalgraven en een aantal van hun kinderen, waaronder de zoon Hendrik de Zeevaarder. Joäo en Filippa liggen hier hand in hand. Uitbundige Manuel stijl. De kapittelzaal is nu het graf van de onbekende soldaten, bewaakt door drie soldaten. Elk uur is hier de wisseling van de wacht. Tenslotte bekijken we Capelas Imperfeitas, in het Nederlands letterlijk “onvoltooide kapellen”. We moeten hiervoor wel even buitenom lopen. De kapel was bedoeld als grafkamer voor de troonopvolgers, maar is nooit afgebouwd er zit namelijk geen dak op. Natte boel. Men zegt omdat de arbeiders meer geld konden verdienen in Lissabon waar begonnen was met de bouw van het klooster Dos Jerónimos. Na de bezichtiging drinken we nog wat op het plein en kopen heerlijke kersen. “Zo, kapel en klooster gezien, kerkje dicht”.  Huppekee, op naar thuis.

30 Mei  De volgende camping Orbitur Camping Mira, Dunas de Mira, Praia de Mira ligt ongeveer 135 km. verderop aan zee. Een korte tijdrit!!??. Tijdens zo’n rit breekt soms de pleuris uit omdat wij gelijktijdig de Garmin… IPhone…Routekaart en Navi van de auto raadplegen en die zijn het zelden eens met elkaar. We maken er geen geheim van dit toch weleens onze relatie verstoord.  Ter hoogte van Figueira da Foz spotten we zoutpannen en rijstvelden. Veel bedden met zout op een zoute locatie. Passeren ook een groep van de ANWB Kampeerreizen. Zij doen de reis Grand Tour Spanje- Portugal maar dan in tegenovergestelde richting.  We arriveren juist buiten de voorgeschreven tijd op camping, weer zo’n kale zanderige vlakte, het gras al bruin. De auto blijft met zijn wielen op het verstevigde pad staan, je zou zomaar vast zitten  in het mulle zand. Na wat simpele handelingen snel weer in onze dagelijkse routine. Eindelijk weer eens wat meer warmte……. Dus de luifel mag weer buiten kijken. Vanavond carpoolen we naar Coimbra voor een fado voorstelling, waar ik me erg op verheug, incl. diner bij Dom Pedro. De betiteling Portugese smartlap maakt sommige mensen huiverig voor de muziek, maar het is meer dan dat. De naam komt van fatum, noodlot, en de onderwerpen lopen uiteen van liefdesverdriet, dood, afscheid van de emigranten die veelal een beter leven zochten in Zuid-Amerika. Toch is er ook steeds weer een blijheid en feeststemming, waardoor je vanzelf gaat meedeinen. De eerste liederen ontstonden in het begin van de negentiende eeuw in Lissabon. De universiteitsstad Coimbra heeft haar eigen stijl, gezongen door studenten. Tegenwoordig kun je Fado met allerlei instrumenten begeleiden. Oorspronkelijk gebruikt men alleen de 12 snarige Portugese gitaar met peervormige kast. Tot  teleurstelling van een aantal deelnemers, die een Portugese schone verwachten en geen Zorro’s met zwarte capes. Nee, Zorro woont hier niet evenmin een gilde gewijd aan hem. De cape vormt een traditioneel onderdeel van de studenten dat bij bepaalde momenten wordt gedragen. De vergelijking met kraaien was al snel gemaakt toen onze zangers het podium betraden. Maar na de eerste liederen gehoord te hebben moest de veronderstelling bijgesteld worden. Geen drama.. geen heimwee… geen zwakke ziel…. werd beroerd maar toch… ze kregen de handjes op elkaar en de kuchjes in de keel. De twee toegiften waren volstrekt verdiend want de mooie en ons aanstekelijk enthousiasme gaven hier voldoende aanleiding voor. Ik heb genoten van deze mooie melancholische muziek. Het wonderlijke dat bij aankomst en vertrek een aantal coureurs er toch in geslaagd waren om individueel van de route af te wijken en toch op tijd aan de komen. Zo ook wij.