Portugal, land van Port, Pastel de Nata, Azulejos en veel meer

Klik op de foto’s en de afbeeldingen worden vergroot

Donderdag 17 mei Regio van de stilte en de rust Alentejo
Zodra we de grens overrijden merk je het verschil van land. De wegen zijn een stuk minder comfortabel om te rijden maar wat is het schoon hier. In Spanje veel rotzooi langs de weg, hier is het super schoon. Wit met geel geschilderde huisje en aangeharkte tuintjes. Elvas, een vestigstadje naar Naardens voorbeeld zien we al van verre. Een zeer imposante “Aquaduct”. 4 km lang en gebouwd vanaf 1498 maar pas klaar in 1622. Het bestaat uit 843 bogen en heeft vier verdiepingen. Het schijnt nog steeds te functioneren. Een sterk staaltje vakmanschap! Water is er in deze streken voldoende, maar niet in de stad. Het aquaduct werd gebouwd toen de enige waterbron van de stad niet meer voldoende was om  de toegenomen bevolking te voorzien. De vestingwerken van de hooggelegen stad slaan we over. Wanneer je door het binnenland van de Alentejo rijdt, valt de uitgestrektheid en de rust je direct op. Hier geen grote steden, maar idyllische en authentieke dorpjes waar het leven voortkabbelt. Ze liggen verspreid over de heuvels, tussen de wijngaarden, olijfbomen en kurkeiken, heel landelijk. Het is natuurlijk altijd weer een verrassing waar we terecht komen maar de camping Markadia in Alvito ligt echt in the middle of now where. Een van de campingregels plaats uw “materiaal” op minstens 10 meter van andere, er is plaats genoeg tussen enorme oude eiken en witte mimosa-bomen (Acacia) met het stuwmeer Albufeira da Barragem de Odivelas als onze voortuin.. Er is nog tijd om de omgeving te bekijken. Kleine dorpjes, mooie kerkjes en de dam die in 1972 in gebruik is genomen en het water dat hier ligt opgeslagen wordt voornamelijk gebruikt voor de irrigatie van de overigens gortdroge landbouwgronden. Dan is het alweer tijd om te verzamelen en lopen naar het restaurant. Lange tafels zijn gedekt. Als voorgerecht een soort pompoensoep, daarna kunnen we opscheppen aan het lopend buffet. Er is voor elk wat wils en 1 fles wijn voor 2 personen. Als we teruglopen is het pikkedonker en moeten we ons goed oppassen waar we lopen en gaat het ook nog bergje af.


Vrijdag 18 mei Doel van de dag: de hoofdstad van de Alentejo  Évora.
Over de bekende hobbelweg, via Alvito naar Évora. Onze gids staat ons al op te wachten. Évora staat op de UNESCO lijst. Romeinse, Moorse periode, een vleugje Manuelijnse overdaad, verwijzingen naar renaissance en barok dus vandaar op de lijst. Zo dat is er weer uit, stukje geschiedenis!!!. Via de gemeentetuin (Jardim Municipal), langs het koninklijke paleis ook wel bekend als Paços de D. Manuel naar de nagemaakte gotische ruïnes Ruínas Góticas Fingidas. In 1863 gebouwd door een Italiaanse architect. Erg creatief. Leuk is te zien dat de reünies ingenomen zijn door prachtige strijdende pauwen. Het gaat natuurlijk weer om de vrouwtjes. Hoogepunt is de São Francisco een eenvoudige granieten kerk en is supermooi gerestaureerd. Buitenkant mooie gele blokken met wit voegwerk en binnen zijn ze met een tandenborsteltje aan de schoonmaak geweest. En dan.. vlak naast de kerk de  Capela dos Ossos; beenderenkapel. Griezelen mmm. Schedels van 5000 monniken. Let op de tekst, waar je bij de ingang wordt verwelkomt. Nós ossos que aqui estamos pelos vossos esperamos (“Wij, beenderen die hier liggen, wachten enkel op die van u””). Slenteren door de smalle steegjes naar het hoger gelegen grote plein Praça do Giraldo, een ontmoetingsplaats voor jong en oud. Sierlijke Moorse arcaden. Een mooie fontein, statige huizen en balkons. De markt was vroeger het toneel voor bloedige taferelen. in 1573 stonden hier de brandstapels van de Inquisitie. Ondertussen een beetje trek gekregen zoeken we een heerlijke koffieshop annex bakkerij. Dat gaat er wel in. Ons laatste bezoekje is aan de Sé kathedraal (Sé verwijst naar Sedes, de zetel van de bisschop) Hoewel wij vele kathedralen van binnen hebben gezien is deze toch weer anders en zeer de moeite waard. Nog even genieten van het prachtige uitzicht over de stad en daarna zijn we naar de Romeinse Diana tempelruïne gelopen en hebben we bij een kioskje met een paar tafeltjes en stoeltjes ons eerste wijntje (onbekend merk) gedronken. (Op Portugese, gulle wijze, tot de rand gevuld.)  Van daaruit lopen we als vanzelf  leuke winkelstraatjes in met voornamelijk keramiek en allerlei spullen gemaakt van kurk, waaronder handtassen en hoeden en natuurlijk de kleedjes in alle maten met het nationaal symbool de bekende Haan van Portugal de Barcelos (Galo de Barcelos). Na een middagdutje in de bus bereiken we een olijfoliefabriek. Transportbanden brengen het ruwe product naar machines die het vuil, blaadjes en takjes verwijderen, daarna naar kneusmachines, centrifuges, persen, weer enige centrifuges afgewisseld met andere machines, die water toevoegen, de olie steeds zuiverder maken. Het afval wordt gebruikt als brandstof. Kortom, een zeer geautomatiseerd modern bedrijf dat de eigen olijven verwerkt maar ook voor andere telers. Na een rondgang door de fabriek mogen we de Oliveira de Serra testen. Welke van de 4 potjes met olie is de slechtste/beste? Als herinnering krijgt iedereen een flesje olijfolie mee. Voor thuis kopen we twee grote flessen.

19 mei-22 mei Camping Village Turiscampo Luz-Lagos; Algarve
De Algarve, d.w.z. de Portugese provincie waar we doorrijden is licht heuvelachtig met heel veel sinaasappel boomgaarden. Dus….hier komt ons sapje en ons sinaasappeltje vandaan. Hoe dichterbij Luz-Lagos, we rijden langs de kust met heel veel billboards die je uitnodigen om te kopen of vakantie te houden bij hun. De luxe resorts met mooie zwembaden, grote glijbanen er reuzenrad. Ze

hebben het allemaal. Op deze camping blijven we een aantal dagen, lekker relaxen. De reisleiding heeft het idee geopperd om een reisdagboek bij te houden. Leuk idee. Wij waren aan de beurt, onderstaande is een iets ander verslag dan dat jullie van ons kennen. Toch veel leesplezier.

Dag 14 van onze reis. Dinsdag 22 mei
Vandaag is een reisdag van Lagos, -ons zuidelijkste punt- naar Guincho/Cascais en houden het rubber ca 318 km onder.

Maandag 21 mei Nog even terugkomen op de dag van gisteren. In de ochtend wat werkzaamheden met de betaalde WIFI van de camping ad 2 euro per dag en de benodigde gegevens in de Cloud, altijd nog goedkoper als onze eigen MB’s. Dat was vroeger wel anders!! Toch wel apart, ben je op reis met de ACSI wordt je ook nog geïnterviewd door een medewerker van ACSI camping inspecteurs. We zijn naar Cabo de Sao Vincente gereden. Vroeger dacht men dat deze kaap het einde van de wereld was. Dat klopt??!! Er kan een Letzte Bratwurst voor Amerika gegeten worden. Gelukkig hebben we daar een certificaat van gekregen anders zou je denken dat je belazerd wordt. Vanwege de harde wind hier heeft de commercie ook toeslagen met kraampjes met o.a. wintertruien en poncho’s, deze verruilt van eigenaar. Komen H en A tegen. We doen wat leuke fotosessies met elkaar, ha, ha. Daarna bezoeken we Ponta da Piedade, in helder water gelegen Kaap bij Lagos. Prachtige rotsformaties, grotten en mooie vergezichten van kliffen, die door de erosie bijzondere vormen hebben gekregen. Te vergelijken met de Amalfikust (Italië) en de witte krijtrotsen bij Bonifacio (Corsica). Nog even snel wat boodschappen bij de Lidl. Om 18.00 uur routebespreking, dit keer door H en F Wegens privé omstandigheden zijn B en J terug naar Nederland, maar als alles goed is haken ze over een aantal dagen weer aan. We eten vanavond niet “uit eigen keuken” maar laten ons verwennen in het restaurant van de camping. Een heerlijk buffet voor € 13,50 p.p., een lekker flesje wijn erbij. We waren niet de enige van de groep.

Dinsdag 22 mei
Zo nu over tot de orde van de dag. Er is al flink wat bedrijvigheid in de vroege morgen. wc’tjes die geleegd worden, koffie die gezet wordt. Het weer iets bewolkt maar niet koud. De wind is gaan liggen. Het is even schrikken als bij J en J de caravan van de trekhaak schiet. Met zoveel handjes is het euvel gelukkig snel verholpen en is er niets gebeurd. De kabels worden weer opgeborgen, de pootjes weer ingedraaid, handmatig of met de schroefmachine en de mover doet de rest. We doen rustig aan, tenslotte worden we op de volgende camping na 15.00 uur verwacht. Dat is wel een dingetje van de reisleiding. Rond 09.45 uur rijden we de poort uit met een temperatuur van 18 graden. Bij punt 2 in het routeboek gaan we even de fout in. Ons “Garmineke” met indringende stem: “keer om”. Ja, je moet ook luisteren naar haar. Bij de eerste gelegenheid keren we om. Omdat we nu de juiste afslag van de andere kant nemen rijden we zo het dorp in met weggetjes met kleine klinkers. Toch maar even de weg vragen, het wordt wel erg smal. Een vriendelijke Portugees, die goed Engels spreekt, helpt ons weer op weg. Nog wel even oppassen dat we een hond niet plat rijden. De N268 en N120 is een behoorlijke hobbelweg, rustig aan en kuilen en gaten proberen te ontwijken. We rijden door een natuurgebied en passeren leuke dorpjes met bloemen en bomen in bloei. Geleerd van B. Is een boom geel dan staat hij in bloei. Als we door Odemira rijden moeten we wat zeer gemene drempels nemen, daarna smalle en bochtige wegen: daar houden we wel van. Onze “meeneem woning” en huisraad minder. Een lunchplekje vinden in Santiago do Calem, een dorpje wat betere tijden heeft gekend. Zodra we op de IC33/A26 rijden wordt het wegdek zo glas als een aal. De A2 is een tolweg met slagbomen en trekken een ticket. Het blijft onduidelijk, we zijn benieuwd, we hebben toch een tolbadge. Onderweg zien we weer veel hoogspanningsmasten met ooievaars, één zelfs met 16 nesten. Voor de Ponte 25 de Abril, de hangbrug over de Taag, met zes rijstroken, rijden we weer door een tolpoortje en nu werkt de tolbadge. We horen een ” piepje” De camping Orbitur Guincho is in zicht. Het is een dag geweest van hotsen klots en schud maar raak, hobbel de bobbel en gooi en smijtwerk: “Never a dull moment” De camping ligt op een fantastische plek, vlak bij de kust en Lissabon. Daar is alles mee gezegd. De plaatsen voor een caravan zijn zeer moeilijk bereikbaar, zeker zonder mover. Overal bomen en weinig vlakke plaatsen, smalle en stoffige paden.

Woensdag 23 mei Portugal en Spanje: grenzeloos verschillend en toch hetzelfde.
Bus en gids Tania staan al klaar. Via de prachtige kustweg, worden we naar kaap Cabo da Roca gebracht. Ondertussen verteld Tania alles over de omgeving. Wie naar de kaart van Portugal, de kustlijn, kijkt herkent met een beetje fantasie, een gezicht. Het voorhoofd wordt gevormd door de Minho-streek. Daaronder ligt Porto: het oog. De neus is de rots van de Cabo da Roca, die bij Sintra de Atlantische Oceaan induikt. Daaronder ligt de monding van de rivier de Taag als de mond. De kin wordt gevormd door de Cabo de São Vincente in de Algarve. Na een tijdje doemt aan de kust de vuurtoren, de oudste van Portugal in 1772 geopend, op bij Cabo da Roca: het meest westelijke puntje van het Europese vasteland. We hebben geluk. De rots ligt niet in de mist en normaal waait het hier stevig en is het koud. Vandaag niet Stralend zonnetje. Panoramisch zicht naar het gebergte en de kust. Woeste golven in de branding. Er staat een monument met de spreuk “A qui onde a terra se acaba e o mar começa”: “Hier waar het land eindigt en de zee begint”- waar de geest van het geloof en het avontuur leeft – en vanwaar de karvelen vertrokken op zoek naar nieuwe werelden voor de wereld. Het is hier druk met fotograferende mensen. Sommigen maken halsbrekende toeren langs de klif om op de foto te komen ondanks de waarschuwingsborden die overal staan dat het gevaarlijk is.
De bus koerst naar Sintra, een oud stadje in de bergen waar in vorige eeuwen de koningen van Portugal in de zomer heen gingen. Nu gaan er drommen toeristen heen, door het Sintragebergte met vele hoogteverschillen, door bossen, langs kustdorpjes. Aangekomen bij het Palácio Nacional  zien we een hele rij toeristen staan om naar binnen te kunnen. Onze reisleider zorgt voor de tickets en kunnen we zo doorlopen. Grote groepen toeristen lopen voor ons. Het Palacio Nacional was echter meer dan de moeite waard. Het kasteel is meer dan 1.000 jaar oud, en was in de 11de eeuw een Moors fort. Kenmerkend zijn de twee witte hoog uitstekende torens. Het was een idee van João I om boven de grote keuken twee grote witte schoorstenen te bouwen. Koeltorens noemt Paul ze bij de eerste aanblik. Ook hier weer een mengeling van (veel) Moorse christelijke en joodse symboliek. Naast de vele Azulejo’s tegels, prachtige plafonds. In de wapenzaal vind je centraal het wapenschild van het Portugese koningshuis, met daarrond die van 72 adellijke families. Ook opvallend waren de zwanenkamer, de eksterkamer (de leeszaal), de galjoenkamer. Ook de keuken onder de beide schoorstenen met o.a. een draaispit en een warmtekast is zeer bijzonder. In één woord: wow! Zodra we de smalle steile  steegjes inlopen met zeer gladde klinkertjes krijg je een hoog Anton Pieck en Efteling gevoel. Golvende gebogen muren en rotspartijen, daartussen huizen en winkeltjes. Kleurrijk en achter iedere bocht een verassing. Tijd voor de lunch bij O Páteo do Garrett, zeer uitgebreid toeristenmenu. Duidelijk voor grote groepen. Hup bussie in naar:
Palácio de Queluz Het Portugese Versailles
Oorspronkelijk een voor de koninklijke familie ontworpen zomerverblijf. Totdat het omgebouwd wordt tot volwaardig paleis. In de 19e eeuw raakt het paleis in verval. Na een brand in 1934 gerestaureerd en is nu een belangrijke toeristische attractie van Portugal. De huidige president maakt nog steeds gebruik van enkele zalen bij bijzondere gelegenheden. Het paleis is een mix van rococo en barok. Wat zien we zoal, veel rococo, veel spiegels, rijtuigen, porselein, kamerschermen uit Japan, kroonluchters uit Venetië. Een mooie wagen, de wanden zijn bekleed met tegeltableaus. Tegelwanden die er uitzien als tapijten. Teveel om op te noemen. De tuinen van het paleis zijn vooral groot helaas minder spectaculair omdat nog niet alles in bloei staat. Veel fonteinen en meertjes met figuren. In de tuin is zelfs een kanaal betegeld met de bekende Azulejos , waar de Rich and famous uit varen ging. Na een lange wandeling door het paleis en de tuinen brengt de bus ons weer “thuis”.