And We’re Back on The Road Again in Marocco

Klik op de foto’s en de afbeeldingen worden vergroot

Maandag 24 april Moulay Bousselham-Fès 201 km
En eerlijk is eerlijk, onze eerste kennismaking viel niet mee!. Gisteren weinig van de camping gezien en nog niet met wennen begonnen.  Kakelende kippen en hanen, tutten met hun kroost tussen de bomen, zandbadjes nemen in de zon, toiletten met ijzeren deuren, de bekende hurktoiletten, prachtige bloemen in bloei. We verlaten de camping via het zandpad passeren weer de 4 zeer vervelende verkeersdrempels. De route gaat grotendeels door een vlak landschap met veel landbouw over een twee-baans weg under construction, veel wegwerkzaamheden, veel gaten en kuilen. Denkbeeldig zien we pylonnetjes en rijden met twee paar ogen gericht op de weg kilometers in slalom. We zien veel wagentjes, tukkertjes met kleine paardjes die vooral groente en fruit vervoeren, zelfs eentje met ‘motorking’ er achterop. Overal lopen herders met een kleine kudde schapen. Mannen en vrouwen op ezels. Bijzonder is op veel plaatsen het irrigatiesysteem: op ruim 1 m boven de grond is een stelsel van met elkaar verbonden halfronde betonnen buizen aangelegd. We weten het niet zeker!. Allemaal zo onbeschrijfelijk anders. In de buitenwijk van het plaatsje Sidi Kacem reden we langs onafgebouwde huizen met overal zwerfafval hetgeen een troosteloze aanblik gaf. Maar toen een bijzonder glooiend heuvellandschap, bijna Frankrijk en zagen we allerlei soorten cactussen en olijfboomgaarden. Maar ook kleine wijngaarden. Dat alcohol volgens de meeste Marokkanen verboden is, kan de boeren niks schelen, velden met mimosa, klaprozen en alles is groen. We boffen dat we in het voorjaar zitten.
In de Romeinse tijd was Marokko een gerespecteerd wijnland. Maar met de komst van de Islam raakte de wijnbouw in de vergetelheid. Aan het begin van de 20ste eeuw was er een korte opleving. Franse kolonisten legden op grote schaal wijngaarden aan. De meeste daarvan zijn inmiddels weer verdwenen. De laatste jaren is er weer een kleine opleving. Opnieuw zijn het Franse wijnbedrijven die in de Marokkaanse wijnbouw investeren.
Op een bepaald momenten komen we een aantal kamikazepiloten tegen die nogal wat haast hadden…. Die inhalen op de verkeerde momenten en denken dat ze de Dakar rijden. Levensgevaarlijk. Het is een Tsjechische equipe, die mee doen met Morocco Desert Challenge. Paul wordt zo pissig dat hij de deur voor ze dicht gooit door met onze meeneemwoning midden op de weg te gaan rijden. Racen doe je in de woestijn en niet op de openbare weg. We stoppen bij een wegrestaurant het ziet er allemaal zeer gesloten uit en rijden door. Op naar de camping in Fez. De camping, Le Diamant Vert, ligt ongeveer 10 kilometer aan de zuidkant van Fez  naast een ‘nieuwbouwwijk’ en een groen bos. Vlak bij is een groot waterparadijs in aanbouw. Als we de Camping op rijden zijn we verrast door de luxe uitstraling. Als we naar het camping gedeelte rijden gaan we bergafwaarts langs uit marmer omgebouwde huisjes en komen op een vlak terrein langs een riviertje met Eucalyptus bomen. Een koala beertje spotten we niet. We doen een rondje en parkeren op een mooi plekje in de schaduw. Eerst naar de Marjane in Fez, daar is  een Maroc telecom winkel is. De dame spreekt goed Frans, dus het moet geen probleem zijn. Het is gebruikelijk als ze voor je bezig zijn met iets er van alles tussendoor gebeurd. Dus uiteindelijk na een uurtje zijn we allebei in het bezit  van een Marokkaans nummer en een sim kaartje voor de  mifi router/tablet/internet. Niet geheel onbelangrijk Het Werkt. Hoera we zijn weer bereikbaar. Terug om de camping horen we dat een aantal equipes even de weg kwijt waren. In Fez laat de routebeschrijving van de ANWB hen in de steek.

Dinsdag 25 april Toeren met de bus
Vandaag een excursie naar Volubilis, Moulay Idress en Koningsstad Mèknes. Rond 9.00 uur lopen we met z’n allen naar boven. Ik ga met de auto om mijn knie enigszins te ontlasten. Daar staat een bus op ons te wachten. Daar stapt Achmed* in (een witte djellaba aan een soort jurk met capuchon die beschermd tegen de kou en de zon) Hij spreekt een aardig woordje over de grens en onderweg worden leuke anekdotes verteld. Wat wel opvalt, het is dezelfde route als het laatste stuk van gisteren. Paul kan nu ook lekker om zich heen kijken!. We hebben een fotomoment bij een stalletje met toeristische hebbedingetjes en hebben uitzicht om het stuwmeerreservoir Sidi Chahed,  gebouwd in 1990. Deze enorme dam kan meer dan 30 miljoen liter (170 miljoen m3) back-upkraanwater leveren aan de stad Meknes en irrigatie voor ongeveer 90 landbouwgemeenschappen. Hoewel het vrijwel onbekend is voor Marokkanen, kun je het belang hiervan zien voor de omliggende gemeenschappen.

De koffiestop is bij een wegrestaurant, waarvan we gisteren dachten dat het gesloten was. We hebben al meerdere Romeinse en Griekse vestigingen gezien (Duitsland, Schotland, Italië, Sicilië en Kreta) maar geen ervan was zo groot. Volubulis heeft ca. 1000 jaar, in zijn volle glorie hier gestaan. Volubulis was een Berber Romeinse stad. Juba II van Numidia en zijn koningin Cleopatra Selene (dochter van Cleopatra en vader Marcus Antonius) regeerde samen over het Koningrijk Mauritanië. Zo’n beetje het huidige Marokko en Algerije. In 1755 moesten de bouwwerken in Volubilis het afleggen tegen een grote aardbeving, en raakte de plek vrijwel volledig verwoest en zijn de meeste bouwwerken deels ingestort. Maar er is nog veel te zien. Daar een rondleiding gehad onder leiding van een Duitstalige gids. Gelukkig heb ik mijn Nordic Walking stokken bij me, deze geven me steun bij het lopen. Heel speciaal vinden we de vloeren met grote mozaïeken, met afbeeldingen uit de Romeinse mythologie, die hier gewoon in de open lucht te bezichtigen zijn. Deze vaker gezien, maar dan in een museum. De ruïnes van een triomfboog, Basiliek en Capitool  staan op een plateau tussen graanvelden, cactussen en olijfboomgaarden. Ze zijn het domein van de ooievaars die op de eeuwenoude zuilen hun nesten hebben gebouwd. Het hoogtepunt van de tour is het huis van plezier en de beroemde fallussteen. Het is niet helemaal duidelijk wat het doel van de steen was, maar het wordt door de gids uitgelegd al een soort sokkel waar een dildo op gemonteerd is Komisch is de vooral vrouwelijke belangstelling. De mannen voelen zich meer aangetrokken tot het Huis van de atleet. De atleet aan wie dit huis zijn naam dankt, is de naakte wagenspringer die meedeed aan de Olympische Spelen. Hij sprong tijdens de rennen van zijn paard of van zijn wagen en dan weer terug. Op een mozaïek bij dit huis zit hij schrijlings achterstevoren op een ezel en heeft de overwinningsbeker in z’n hand. Ook goed overgebleven de olijfpers en de wasplaats.

Op weg naar  Moulay Idriss, een dorpje vernoemd naar de heilige Idriss. Idriss wordt als stichter van de staat Marokko beschouwd. Zijn Arabische achtervolgers doken echter weer op om hem door vergiftiging een vroegtijdige dood te bezorgen. Wie de heilige Idriss zeven keer bezoekt, mag dat gelijkstellen aan de bedevaart naar Mekka. Daarom wordt dit heiligdom Moulay Idriss ‘het Mekka van de armen’ genoemd. We toeren er alleen omheen en een ‘fotomoment’ op afstand. Van de stad zien we niks. Jammer dat bewaren we maar voor later. De weg er naartoe is zo smal dat een vrachtwagen er net op kan rijden. Het was een behoorlijke slingerweg dus heb ik mijn ogen maar dicht gedaan.

Tegen de tijd dat we in Meknès aankomen zijn we zo hongerig dat we geen oog meer hebben voor de omgeving. Het lijkt een toeristen restaurant maar de verassing is des te groter, dat we in een sjiek restaurant zitten en een top maaltijd  krijgen. We zitten aan ronde tafels en in het midden komen grote schalen met groente, kikkererwten, tomaten en brood. Het hoogte punt een  lam dat op een grote schaal en in zijn geheel werd opgediend. Heel lekker. Er wordt zelfs wijn geschonken.  Daarna nog een zoet bladerdeeg

gebak (dit keer kan ik er echt niet van af blijven), vers fruit en natuurlijk weer een show: hoe schenk ik thee in. Het geheel was heerlijk en het restaurant zeer smaakvol qua interieur en gedekte tafels. Hup de bus weer in. Omar is onze nieuwe gids (nu met een bruine djellaba). Als hier een groep rondleiding gegeven wordt ben je verplicht om een plaatselijke gids in te huren. Ondertussen zitten er 2 gidsen, een chauffeur en een reserve chauffeur in de bus. Die verwachten natuurlijk allemaal een fooitje. Eerst maar even toeren voor weer een kodakmoment van de stad Meknes. Ter afronding nog wat hoogtepunten van de stad die  door een 45 km. lange vestigingsmuur met fraaie poorten wordt omringd, heel veel poorten. Daar zijn ze trots op. Lopen langs de stadspoort Bab Mansour, die de fraaiste van Marokko zou zijn. De poort naar het golfterrein blijkt een onderdeel van het koninklijk paleiscomplex en

wordt 24 uur per dag bewaakt. Hier haak ik af en blijf in de bus zitten. De knie speelt behoorlijk op. Een wandeling door de medina en souk, met kleurrijke kleden. Hup hup de bus in. Net als een Japanse toerist. Naar de paardenstallen en graanopslag. Buiten de schuren is er een tuin met muren met bogen, heel veel muren met bogen, het lijken wel kleine aquaducten.  Een wandeling naar Bassin d’Agdal. Met vermoeide benen keren we terug naar de bus om op adem te komen.  In 1 1/2 rijden we terug naar de camping.

Woensdag 26 april Fès
Vandaag staat de tweede koningsstad Fès op het programma. Fès het Athene van Afrika het Jeruzalem van het Westen. Weer bergopwaarts langs uit marmer opgebouwde huisjes. De bus staat al te wachten en buiten liggen foto’s die gisteren zijn gemaakt en zijn te koop. We kopen er een paar. We gaan op stap met een vrouwelijke gids Kadija. Zij kent alle 2600 straatjes en alle 450.000 inwoners! De bus worstelt zich door een chaotische verkeersader. Omdat de koning in Fès is staan langs de weg overal vlaggen. In het midden een soort promenade, keurig aangeharkte tuintjes met leeuwenbeelden. Fès lag vroeger in het gebied, waar leeuwen leefden. We kunnen foto’s maken van de mooie 7 goudkleurige deuren van het Koninklijk Paleis Dar el Makhzen. Over al is bewaking en politie aanwezig. The King is in town. We lopen door de Mellah, de joodse wijk. Herkenbaar aan de balkonnetjes. Vanuit deze wijk naar Bab Bouljoud ofwel de Blauwe Poort gewandeld De poort heeft twee kleuren: aan de ene kant is ze blauw, een verwijzing naar

de kleur van Fès en aan de andere kant is de poort groen, dit is de kleur van de islam.  Vervolgens rijden we een helling op naar “Borj Sud” een gerestaureerde vesting vanwaar we een goed uitzicht hebben over de gigantische medina, waar je nauwelijks de straten kunt zien zo dicht staat alles op elkaar maar wel goed te zien zijn de enorme aantal schotels. Laten we de eeuwenoude ambachten maar met eigen ogen gaan aanschouwen. We bezoeken een Keramische bedrijf, waar alles nog handmatig gebeurd en  prachtige Mozaïeken gemaakt worden, alles met de hand. Op een, met de voeten aangedreven, draaischijf zien we eierdopjes ontstaan uit een homp klei. We krijgen uitleg van de methodes en mogen foto’s maken van de arbeidslieden, na afloop mogen we de winkelvoorraad kleiner maken, mooie dingen zijn er te koop! Maar niet voor onze beurs. Kadija leidt ons draagkrachtig door de Souk. Logisch ze is geboren en getogen in Fès. In deze wirwar van meer dan 2600 straatjes mogen geen auto’s komen. Het is daardoor het grootste stedelijke autoloze gebied ter wereld. Sommige straatjes zijn zo smal dat je er alleen zijdelings door kan. Wat een belevenis, want hoe kom je hier ooit weer uit?. Een bezoek aan een weverij, met zijde van agave en natuurlijk een winkel vol mooie artikelen. Ondertussen is het tijd voor de dagelijkse cafeïne shot. Dat heeft bij Kadija nog wat voeten in  de aarde. Ze wil ons persé in een restaurantje hebben waar ze hoogst waarschijnlijk provisie krijgt. Terwijl we staan te wachten tot dat we naar binnen mogen via een onooglijke toegang, hoor ik kindertjes die aan het zingen zijn. Het is een  Berberschooltje met juf en 1 klas. Gauw ga ik naar binnen en geef wat pennen en potloden af.  De juf wist niet wat ze ermee moest (erg verlegen en spreekt geen Engels). Van de kinderen krijg ik een high five en een Shukran.  De medina bestaat uit wijken met een eigen ambacht. Elke wijk heeft een eigen badhuis, een fontein, een bakkerij, een moskee en een Koranschool. We kriskrassen door de wijken. Via trapjes, door

winkeltjes bereiken we de leerververij, Tannerie Chouara, Gespierde mannen staan in de lemen teilen te stampen, soppen het leer in de verf of snijden de huiden met blinkende kapmessen op maat. Winkelier Sadik heeft 15 jaar in verfbaden gestaan. Vanaf zijn dakterras mogen we even kijken naar de kleurrijke stinkpoeltjes. Rood, bruin, wit, geel, als een schilderspalet liggen de baden tussen de lemen huizen. ‘De verf is gemaakt van natuurlijke producten zoals klaprozen en boomschors’, doceert Sadik. ‘Om de huiden vetvrij te maken gebruiken ze duivenpoep .’‘Aha, vandaar die geur. Daarna een rondje door de verkoopafdelingen met tassen en jassen en andere leren artikelen. We kriskrassen weer verder en ondertussen vertelt de gids wat er allemaal voor mooie gebouwen te bewonderen zijn. Alleen jammer dat ze daar in een sneltrein voorbij loopt. We kunnen naar binnen gluren bij de Kairaoine moskee en Universiteit. Als niet-moslim mag je niet naar binnen. Kunnen een blik werpen in een moskee waar zowel mannen als vrouwen naar toe gekomen zijn voor het gebed. We bekijken een madrasse; een koranschool versierd met bewerkt cederhout en stucwerk van gips. Als je in de medina van Fès

loopt, hoor je regelmatig de kreet  “ballek! Ballek of “Yella Yella  Mijn Marokkaans is niet zo heel goed maar vrij vertaald betekent het volgens mij : “Ga zsm met je rug tegen de muur staan, aan de kant, laat me erdoor want ik moet er met mijn ezeltje en mijn waar langs”. Allez, het gaat nét. Mijn rug schuurt langs een lemen muur, een zwaar beladen harige ezelbuik schuifelt op tien centimeter voorlangs. Naast de ezels worden ook handkarren voor transport en handel gebruikt. Nadat we de wijk van de bakker, groenten, slager, met kamelenvlees en overal katten die wachten op het slachtafval, houtbewerkers, kleermakers etc. zijn gepasseerd komen wij bij een berber farmacie. We krijgen uitleg over kruiden en schoonheidsproducten en dan met name De Arganolie. Dit intensieve arbeidsproces wordt nog op traditionele wijze door Berbervrouwen gedaan. Wij nemen een zak Marokkaanse kipkruiden en saffraan mee voor thuis. Tijd voor de warme hap. We lunchen wederom op een verassend plekje. Een echt paleis, van een voormalige pasja, midden in de medina als restaurant. Wat een prachtige omgeving om te lunchen in Ryad Riad Rcif. Vooraf kregen we allerlei koude hapjes met verschillende groente, water en brood erbij. Daarna een heerlijke tajine met

couscous, kip, groenten, linzen en kikkererwten  en een pittige losse saus. Het toetje bestond uit een bord met sinaasappel, banaan en dadels. Dat seizoen fruit krijgen we nog vaker deze reis. Ja, het is het hele jaar door sinasappel-banaan-dadels seizoen en het is Marokko. Voegde de ober er aan toe.  Ze zijn in ieder geval een stuk lekkerder dan die in Nederland! Alles geflankeerd met een alcoholisch drankje. Kadija is tijdens de lunch gaan bidden in de moskee. Na een aantal uren door de soek te hebben gelopen snakken we wel naar wat rust. De gids weet niet van stoppen. Als laatste lopen we door de wijk van de koperslagers. De koperen wasbakken worden door koperslagers op ambachtelijke wijze volledig met de hand gemaakt en gehamerd.  Handmade en beschilderd: origineel en authentiek Marokkaans vakwerk.!. Dit was de laatste stop van onze excursie met een commercieel tintje. Nog even wat over deze gids. In een woord: slecht. Zij vertelde niets, sprak haar talen niet. Wees alleen maar de verkeerde richting uit. Liep de marathon. Duidelijk dat ze samen met een aantal ambachtscollectieven uit de medina samenwerkte. Rond 18.00 uur terug op de camping. Vol van alle indrukken en wat hebben we veel gemaakt. We hadden het niet willen missen. Nu met de voetjes in de relax stand.

Donderdag 27 april, helemaal niks
En voor jullie in Nederland: leve de koning, hoera, hoera, hoera! Hopelijk hebben jullie lekker feest gevierd. Wij ook met een oranje bittertje en oranje slingers. Een vrije dag… we zijn niet oud, maar we moeten toch even bijkomen. maar dat betekent nog niet dat we stil gaan zitten Slow opstarten. Uit de damesdouches komt geen warm water, de heren hebben meer geluk. Ja we zijn in Marokko. Verder is het sanitair mooi en schoon. Er staat ook nog wasgoed en een wasmachine is gezien. Naar de receptie voor een was muntje. De receptionist weet te vertellen, dat gisteren de machine stuk was, vandaag ook niet werkt en niet weet wanneer die weer wel zal werken!!?? Nou, da’s lekker dat wordt dan een ouderwets handwasje doen. Caravan beetje schoonmaken van binnen. Hele dag stoelen buiten. Koffie en thee, lunch en een wijntje buiten. Met onze burenkletsen. Motorrijders uit Zwitserland, waarvan 1 gewoon Nederlander is en werkt in een ziekenhuis, waar dat ben ik vergeten. Er is gelijk een klik. Voor ons is op dit moment  motorrijden een gesloten boek. Maar het hart gaat toch sneller kloppen. Wie weet ooit…Eerste hulp verlenen aan een van de medereiziger, zij is gestruikeld over een scheerlijn plat op haar gezicht.  We worden gespot door de nachtwaker, een jonge knul. We raken aan de praat en hij vertelt, dat hij moest stoppen met zijn studie Psychologie vanwege problemen thuis. Dit was zijn baan, van 19.00 tot 7.00 uur voor 60 Mdh (=6 euro) per dag. Van badmeester was hij ‘gepromoveerd’ tot nachtwaker maar had nu geen leven. Echt zo’n  jongen waarbij je denkt; was je op een betere plaats geboren, wat was er dan van je geworden. We genieten van aperitiefje en zo glijd de dag langzaam over in de nacht.

Vrijdag 28 april, Fès -Gorges du Ziz 297 km
Vanmorgen werden we in alle vroegte, gewekt door het geblèr van de Imam vanuit de luidsprekers van de nabij gelegen moskee. Hij had er blijkbaar zin in want er leek geen einde aan te komen. Vandaag een rijdag, een flinke rit, de meeste kilometers van de reis We doen ons ochtendriedeltje. De nachtwaker annex broodboy heeft het brood al bezorgd. De camping af en nog langs de Marjane, die om de hoek ligt, voor een reserve voorraad water. We willen niet zonder komen te zitten gezien de kwaliteit van het drinkwater. We staan voor een gesloten deur. Zijn we te vroeg. of heeft het te maken  met de belangrijkste gebedsdag in de Islam. Verlaten Fes via keurige 4 baans wegen, die later weer overgaan in 2 baans wegen met afwisselende natuur. Het stedelijke wordt verruild voor platteland, alhoewel van plat absoluut geen sprake is. We rijden richting Midden Atlas gebergte en het  wordt steeds heuvelachtiger en bergachtiger. Met grote verbazing rijden we de stad Ifrane binnen. Een wintersportgebied voor de rich and famous. Ifrane (1664m)  werd in 1929 door de Fransen gesticht die er een soort “Klein Zwitserland” van maakten. Brede straten, mooie parken en pleinen, vakantiehuizen en villa’s zien eruit als in de Alpen. niet echt Marokkaans meer Europees. Ook de koning heeft hier een optrekje,(zoals hij in iedere stad een paleis heeft dat altijd te herkennen is aan de hokjes van de bewakers), dat meer weg heeft van een frans kasteel dan een Arabisch paleis. Bij een groot zwart bord !!! rijden we Ifrane uit en in een flits zie ik een standbeeld van een stenen leeuw. Het verhaal gaat dat in de Tweede Wereldoorlog een Duitse soldaat een Atlas leeuw uit steen heeft gebeeldhouwd. Dit beeld staat symbool voor de laatste wilde Atlasleeuw die in 1920 neergeschoten werd. Alles verloopt als een zonnetje.(Letterlijk en Figuurlijk) Weinig verkeer. Vrijdag is de rustdag voor de Marokkanen. Ze bezoeken de moskee en wandelen door het dorp. Na Azrou krijgen we ineens een cipressen bos, Foret de Cedres. Best speciaal om hier een bos te zien, laten daar nou ook nog berber apen leven. Dezelfde als op Gibraltar.  Bij een parkeerplaats lopen vele makaken rond.

Berbers uit de omgeving hebben daar dan ook hun verkooppunt gemaakt. We waren niet de enige de het plan hadden opgevat op hier een stopje te maken, er stonden niet alleen enkele auto’s maar ook 4 bussen die scholieren hadden gedropt. Kennelijk een populair uitje. De plek blijkt  uitgegroeid te zijn tot een commercieel oord met winkelstalletjes, paardrijden en pindaverkoop. Wij rijden door. Na het bos zijn de bergen bezaaid met grote brokken zwarte vulkaanstenen. Wat ons opvalt is dat erin stadjes of dorpen soms volledig nieuwe wegen met lantaarns zijn aangelegd, terwijl er nog geen woning is gebouwd. De rit gaat verder over Col du Zad 2137m ) Boven op de Col groeien geen bomen meer. Het is er woest en ruig en rondom een prachtig uitzicht.  Waar je ook stopt altijd komt er wel iemand om een praatje te maken en om natuurlijk  zijn waar aan te prijzen: Sinasappels en doppinda’s.  Er zitten en lopen op dit traject veel (wilde) honden, die er vaak mager en onverzorgd uitzien. Zielig voor die beesten, maar voor de Islamieten zijn die onrein en verder alleen nuttig voor functioneel gebruik, zoals herdershond. We zien zelfs een hond met een schaap aan de haal gaan. We zien ook best veel plastic langs de weg en vooral de groene glas scherven van meneer Heineken zijn volop aanwezig. Onderweg weer prachtig natuurschoon. Rots bergen in diverse kleuren. We hebben ook weer de nodige haarspeldbochten gehad. Wij genieten van dit ruige gebied. Midelt (1500m)  is een berber dorpje tussen Midden- en Hoge Atlas en de zuidelijke Oase en bestaat eigenlijk maar uit één straat: de Avenue Mohammed V, die overgaat in de Avenue Hassan II. Midelt schijnt het belangrijkste centrum voor de appelteelt in Marokko te zijn. Wat te zien is door een fontein in de vorm van een appel midden op een rotonde en daar moeten we LA. Geleidelijk stijgen we naar Col Tizi N´Talghaum (1907). Een parkeerplaats, annex vuilnisbelt en meteen een bedelende mevrouw. Dit gaat we vanaf nu vaker tegenkomen. Als we over de col zijn zien we al snel de eerste kasbah’s (Arabische vestingen) met lemen huizen, vooral roodbruin van kleur. Het is het enige bouwmateriaal dat is de woestijn voorhanden is. Hoe verder we afdalen, stijgt de temperatuur tot ca 30 graden. Rijden door de prachtige vallei van de Ziz En dan……. Het grote niets…. We komen aan op camping Kasbah Hotel Jurassique, waar we 3 nachten verblijven. De camping ligt midden tussen prachtig rood gekleurde bergen, die elke keer als de zon erop schijnt een andere kleur krijgen. Het lijkt de Grand Canyon wel. Een Kippenvelbrenger. We worden hartelijke ontvangen, in een binnentuin en getrakteerd,  tijdens de Happy Hour, op berber whisky (muntthee) en zoete Marokkaanse koekjes. Iedereen met glas in een grote kring, een wijntje, een biertje, een hapje. Je loopt wat rond, je praat wat. Je wisselt je ervaringen van de dag uit.

 

Meer foto’s zie Fotoalbum