Oostenrijk 2012

Klik op de foto’s voor een vergroting

Thuis-Bremm De Pan heeft een troetelbeurt gehad, de koffers zijn routinematig gevuld. De routes aan “Heidi” toevertrouwt. Na de koffie met een goudse lekkernij, tijd om te vertrekken. Jetzt geht’s los. Voor ons liggen dik 1275 km. en geven de Pan de sporen. Na een paar flinke rukken aan de gashendel laten we Nederland achter ons. Langzaam komen er buitenlandse namen op de borden. De bochten en heuvels nemen toe. Om de reis zo aangenaam mogelijk te laten lopen, we hebben ten slotte vakantie, stoppen we regelmatig voor de benen te strekken, een sigaretje te roken, een terrasje te doen en de omgeving in ons op te nemen. De wegen zijn in veel betere staat, maar dat is niets nieuws. En dat alles met stralend weer. Langs de Ruhrsee, bij de bekende Bikerranch (Nord-Eifel) is de sfeer geweldig, de Strammer-Max smaakt goed. Heidi stuurt ons “Nur Landwirtschaftlicher Verkehr” gewoon doorrijden, maar boer en boerin komen in zicht. Even netjes vragen. Kein Problem. Een prachtig stuk natuur volgt, een zeer klein bosweggetje. Af en opstappen, hek open, hek dicht. Oog in oog staan met ‘bambi’. Zakken af naar de Moezel. Links en rechts pittoreske wijndorpjes, heuvels vol met heerlijke wijnen in spé. Voor ons een geliefde streek. In Bremm, Hotel Hutter, met op de achtergrond de kalme heuvels van de Calmont wijn, leggen we de Pan stil. Een Weißbier en nog één. De tijd om te eten volgt snel. Een verkwikkend regenbuitje ook.

Bremm-Neu Ulm/Reutti Na een Frühstück, dat krijg je toch nergens, slaat de kerkklok negen keer, in het zadel de baan op. Volgen nog een tijdje de oevers van de Moezel, die aan de andere kant Moselle heet. Over A-wegen (autobahn) maar vooral B-wegen (bundesstrasse) zoefen de kilometers weg. Pfalz-Saarland, zelfs Frankrijk wordt aangedaan, -Zwarte Woud, slingerend volgen we het spoor. Maken tijd voor een imbiss; het wordt een döner kebab of voor dat zoete gevaarte wat schwarzwälder kirschtorte heet. Dikke pakken wolken spannen samen, de eerste druppels laten niet lang op zich wachten. Na een felle donderslag gaan de hemelsluizen open, verder reizen over deze B-wegen heeft geen zin en Heidi gaat op kortste route, wat niet betekend snelste route, wat ook Duitsland heeft zijn eigen Camiel. Stau, Umleitung, Baustelle in veelvoud. Dikke duitse auto’s geven onze slanke rode maar weinig ruimte. Wir im Stau, du auch im Stau. Eigenlijk nooit anders meegemaakt. De beoogde tijdwinst verdwijnt als sneeuw voor de zon. Tegen de avond komen we aan bij Hotel Meinl. Nadat we onszelf en de Pan gesetteld hebben, wij op een luxe kamer, de Pan onder een luxe overkapping is het aanschuiven bij bekende panners en culinair genieten. Hoewel de porties mogen wel wat groter zijn

Neu Ulm/Reutti-Rohrmoos We doorkruisen Beieren in een lekker tempo door een glooiend landschap, afgewisseld met eindeloze weilanden richting Oostenrijk. En als je denkt mmm… beetje saai hier wordt je op je wenken bediend door een reeks bochten, vergezicht of uitzicht. Nog te vroeg om te eten. De kaffee mit kuchen smaakt goed. Zoveel mogelijk blauw wordt uit de lucht verbannen en de regenpakken kunnen weer aan. Maar er is hoop aan de horizon schijnt de zon. Wat dan wel weer een mooie regenboog oplevert. Oeps, Het Oostenrijks autobahn vignet hangt thuis aan het prikbord. Bij de grens toch maar even aanschaffen. Verbazing goedkoper dan in Nederland. De regenpakken kunnen weer uit. We vervolgen onze weg langs de Sylvensteinsee en Achensee door het groen en zonnig Zillertal. Een smalle eenbaansweg langs malse alpenweiden, passeren bekende wintersportdorpjes. Ons eerste “mauthäuschen”, Gerlospas(1507) P1010889is in zicht. Een wonderschone weg bezaaid met haarspeldbochten, we raken weer in de ban. Een prachtig uitzicht op de Krimmler Wasserfälle die zich langs de tegenoverliggende berg, met een verval van 380 meter, naar beneden stort. Op pashoogte stoppen we natuurlijk bij het bikerpoint. Zo’n eerste pas heeft toch iets.. What go’s up, must go down. Verder langs de rivier Salzach richting Mittersil en St. Johann. De laatste kilometers, niet zo rustig. Veel automobilisten ontwijken de ‘mautstrasse’. We ergeren ons blauw, op rechte stukken vol gas, vol in de remmen en gaan als een slak door de bocht. Hotel Erlebniswelt, ons domicil voor de komende vijf dagen, het worden er zes, maar daarover later meer. We worden hartelijk ontvangen door Günther, wat smaakt zo’n kouwe klets toch hemels. Nieuwe liften, P1010925opgeknapt hotel, nieuwe welness, niet in de Knappenalm. Daar krijgen we visioenen van dertig jaar geleden. Gehaakte kleedjes op de tafel, donkerbruine deuren met een hertenkop erboven, een mengeling van oud en nieuw. Een minpuntje de geavanceerde ’kreditkarten’.

Dachstein Runde Het zijn klinkende namen, pareltjes, in de wereld van de echte wintersport. Schladming – Dachstein. Wat in 2013 in het teken staat van WK skiën. Niet zo vreemd dit gebied met de Pan te ontdekken. Op en top gemoedelijk. In het noorden begrensd door het Ramsau-plateau en het bijna 3 kilometer hoge Dachstein-massief. In het zuiden aan Tauern. Wanneer we onze luikjes openen merken we aan het licht wat door de spleten van het rolluik binnenvalt, dat het weer vandaag niet veel soeps is, dat wordt niet veel vandaag. Uiteraard zijn we gewoon opgestapt met donkere wolken boven ons. Een lichte domper op de pret, vol goede moed op zoek naar nieuwe hoogtes. De bergweg naar Ramsau slingert zich langs de rotsen omhoog naar de Dachstein, met 2995m. het hoogste gebergte van Oberosterreich en Steiermark. Bergen welke bergen?!. We zien alleen mist en nevelsluiers bewegen zich tussen de bomen. Een smalle eenrichtingsweg brengt ons naar Gosausee(933m.). Een prachtig bergmeer aan de voet van de Dachstein. Een uitgebreide koffiepauze, het vuur brandt, het P1010933knisperen en knetteren van de houtblokken doen ons goed. De regenpakken kunnen weer aan. Verder naar Halstätt, idyllisch gelegen aan de gelijknamige ‘See’, de huisjes vastgeplakt aan de Dachstein. Bekend om zijn zoutmijnen, het witte goud wat voor rijkdom staat. Zo klein, auto/motorvrij en alleen te bereiken via een aantal tunnels (rijden we toch droog). Nu denk je natuurlijk genoeg parkplatz für motorrad mit mann und frau, dus niet. Overal bordjes met ‘verboten’ en worden door een onvriendelijke ‘dame’ parkeerwachter naar een immens grote parkeergarage gestuurd. Het zal wel heel gezellig lopen zijn door dit pittoreske dorpje, maar de regen komt met bakken uit de hemel. Wat een verrassing!. We zien nog een gedenkteken gewijd aan de vrouwen die tot het jaar 1890 twee maal per dag, 500 meter hoger, zoutstenen uit de mijn halen. Wij gaan voor een boottochtje over de Hallstätter See, een fjordachtig meer. Zitten we lekker droog. Wat is er misgegaan met die vertaling. Duitsers noemen onze zee ‘Meer’ en onze meren ‘See’. Fransen noemen de zee ook ‘Mer’ en Spanjaarden ‘Mar”. Terwijl aan de andere kant zeggen de BrittenP1010945 weer ‘Sea’. Snap je het nog!. Via de zuidkant van het meer naar Koppenbrüller Höhe, slechts 1000m hoog, maar met een stijgingspercentage van 23%. Schloss Trautenfels, aan de voet van die puist de Grimming, in het Ennsdal ligt op een kruispunt van belangrijke wegen, we gaan richting ‘thuis’. Water druipt van onze bedrijfskleding, handschoen doorweekt, maar we klagen niet. Na een dag van nat, natter, natst kunnen de spieren wel wat vriendelijkheid gebruiken, een sauna of stoombad, toevallig allemaal mogelijk in Erlebniswelt. We genieten van ouderwetse gezelligheid; eten van de plank, lederhösen, 6458620dijenkletsen, dirndl jurken, uit twee cilinders schuimend bier, schnapps, Tiroolse muziek. We komen de avond wel door.

Nockenalmstrasse Volgens de meteo komen er opklaringen vanuit het westen. We kunnen wel jodelen van vreugde, de weerman heeft gelijk. De straten en asfalt zijn nog vochtig, de banden koud. Buiten de ‘mautstrasse’, voor 10 dagen €6 is het in Oostenrijk de gewoonte om al betalend berg op te rijden. Ons bin zunig en gaan voor een combiticket, scheelt toch gauw €8. In het dal nog nevel, die lost snel op. Nog vrolijker worden we als de wolken wegtrekken en de eerste zonnestalen in beeld komen. Links en rechts dorpjes van 3 huizen en 300 koeien verspreid over de vlakte. Zacht klinken de koeienbellen in onze oren. Op de huizen religieuze schilderingen, balkons vol met geraniums. Stapels hout liggen te wachten op de winter. Via Bundschuhtal, stil en verlaten, rijden we ‘Nockberge’, door Oostenrijkse bikers liefdevol N(R)ocky Mountains genoemd binnen. Tijd voor een opfrisser, een hütte, tafels staan buiten, vlaggen wapperen uitbundig maar geen teken van leven. Ruhetag, maar worden in perfect amerikaans uitgenodigd om een bakkie te doen. We horen het levensverhaal aan; 30 jaar geleden naar Amerika vertrokken en nu terug in de Heimat. Een idealist die de wereld wil verbeteren om jongeren uit de wereld samen te brengen om elkaars taal te leren. Er is nog een lange weg te gaan. Door dit prachtige gebied rijden we bij Immerkrens door het mauthäuschen de Nockenalmstrasse op. Aangelegd in 1981 om het gebied van de Nockberge te ontsluiten. Klaar om er een skigebied van te maken. Verontruste burgers vormen een actie comité en het hele plan gaat niet door. Wat blijft is een Motorradhimmel. Het asfalt slingert zich over 35 km. met 52 haarspeldbochten door een grandioze natuur, als nergens anders. Geen hoge stijgingen. max. 12%, door een glooiend landschap, de magische grens bij de Eisentalhohe op 2042m. Regelmatig moet Paul in de ankers omdat koeien een herkauwdutje doen op het asfalt en ook nog weleens iets achterlaten. Erg veel haast maken ze niet om aan de kant te gaan. Ik vraag me af hoe het afloopt als er een stier ligt en ons rode panneke aan komt rijden. Elke bocht heet hier een Reidn met een naam van een bloem of plant. Gemakshalve staat er een beschrijving bij. Die we natuurlijk niet allemaal kunnen lezen,

omdat we met een vlot tempo er voorbij rijden. Overal zijn bikerpoints met oriëntatietafels, kleine musea met gevonden fossielen en het ontstaan van de Nockberge. Aan het eindpunt Ebene Reichenau vinden we een leuke stube. We zijn niet de enige. Onder het genot van een Almjause, allerlei lekkers wat van het huis komt, handgemaakte worst, kaas, spek en brood delen we de opgedane ervaring. Klamme handen en dat is waarvoor je het allemaal doet, wat kan een mens zich toch voldaan voelen. Een absolute highlight en de moeite waard. Langs de oevers van de donkere Millstatter See (daar heb je hem weer). In het middeleeuwse stadje Gmund, bekend om het Porsche museum, rijden we door het oude stadscentrum en gaan via de Radstadter Tauernpass (mautfreie Alternative zur Tauernautobahn) richting ‘thuis’. We zien de Dachstein in al zijn glorie. ’s Avonds weer met z’n allen aan tafel Gutbürgerliche Kuche, knodels in diversen varianten.

Großglocknerstrasse De grote dag, we staan te popelen om de pan te bestijgen natuurlijk hebben we daarvoor een mooie dag uitgekozen. De niergordel begint al te knellen, maar die past ook in de topkoffer. Een motorrijder knippert heftig met de koplamp. Ja, ook in Oostenrijk veel verdekt mobiel opgestelde flitskasten, gelukkig worden we gewaarschuwd, we geven ons geld liever aan iets anders uit dan aan bromsnor. De weg er naar toe kronkelt en we nemen de ene na de andere bocht, tussen rotswanden en rivier. Het uitzicht op de machtige Alpentoppen steeds mooier. Zover het oog reikt is er niets anders te zien dan besneeuwde bergen met immense afmetingen. Al in 1880 rent Heidi vrolijk over

deze alpenweide. Veel motorrijders die allemaal hetzelfde plan hebben en zwoegende fietsers in fluopakjes. Het gebruik van de Großglockner Hochalpenstrasse kost maar liefs €22, niet voor ons wat wij hebben combiticket. Duur? De bouw van deze weg heeft 34 miljoen euro gekost. Geen echte haarspeldbochten, in totaal 26 genummerd, maar lange-brede-korte-steile-vlakke, overzichtelijke bochten over 48 km., door een prachtig, adembenemend mooi landschap. Al meteen wordt duidelijk dat de weg zich niet leent tot het bijslijpen van de voetsteuntjes. Borden die waarschuwen voor overstekende murmeltiere (bergmarmotten) en het duurt niet lang voordat we ze zien. Als we naar boven kijken, zien we wondermooie bochten liggen, zien auto’s die plotseling stilstaan in een haarspeldbocht. Het valt niet mee rijden over een opgaande weg van nog geen 2 auto’s breed. De Edelweißspitze (2571), het hoogste punt, op een drukke dag, zonder kleerscheuren haast niet te nemen en doen dan geen poging. Het is tenslotte maar 3 km. Maar… Paul gaat met de benenwagen, wat een hele klim is. Hebben we toch foto’s. Over de Fuscher Torl (2428) en Hochtor (2505), net na het tunneltje. Er is hier weinig te beleven een paar verrekijkers that’s it. Verder naar Kaizer-Franz-Josefs-Hohe (2369) waar Franz Josef en Elisabeth als kartonnen figuren ons verwelkomen. Het is hier propvol met een regiment aan motorrijders. Een prachtig uitzicht op de Pasterze gletsjer, de levende ijsmassa. Nog maar 9 km. blootgesteld aan de meedogenloze natuurelementen van moedertje aarde en in 150 jaar de helft verloren. Ja, daar zitten we te genieten van het uitzicht op de Großglockner (3798), de hoogste berg in Oostenrijk. Het enige wat we zacht zeggen tjonge..tjonge.. wat mooi. Wauw, wat mooi. Er is genoeg te beleven om je zelf een halve dag bezig te houden en je honger te stille. Een bezoek aan het Swarovski-observatiecentrum, diversen tentoonstellingen o.a. het ontstaan van de Alpenstrasse vanaf de Romeinse tijd tot het heden en films in het bezoekerscentrum. Tijdens de afdaling treffen we een Poolse touringcar. Er vormt zich een ware file achter hem en is het haast onmogelijk om op een veilige manier in te halen, dus hobbelen mopperend achter de bus aan.  De 311 brengt ons ontspannend terug naar Erlebniswelt, frissen ons op, saniën en schuiven aan de stammtisch. De heren der navi’s raken verstrikt in een geloofscrisis ‘Bij mij moet dat zus of zo’, ‘Nee, je rijdt goed’, ‘Ja, je rijdt verkeerd’, ‘We hebben toch hetzelfde systeem’. In een ver verleden doen we het met routerol, bolletje pijltje of gewoon met de kaart. Wat is niet gezelliger om met de landkaart op tafel, drankje erbij, de route uit te stippelen. Wij doen dat nog steeds en komen overal. Hoewel Paul de routes nu upload in de Zumo. Vanavond gaat onze aandacht naar Bier, Schnapps, Kartoffeln und Schinken.

Salzburg.Vandaag geen motorlaarzen maar onze lichtgewicht teva’s voor een spaziergang en cultuursnuizen door het oude centrum van Salzburg. Voordat het zo ver is eerst een treinreisje van 2 uur. Met de plattegrond in de hand is het even zoeken naar de juiste richting. Al snel worden we aangesproken door een suppoost. Je waant je, dompelt je onder in Sissi, Sound of Music en Mozart, zodra we de Altstadt binnenlopen. We beginnen de dag bij zo’n typische Oostenrijkse konditerei voor kaffee met apfelstrudel. Een feest, poedersuiker stuift over de tafel. We dartelen door de stad, kuieren door Getreidegasse, met prachtige ijzeren uithangborden uit vervlogen tijden. Mozartplatz, de oude apotheek. We bezoeken de Salzburger Dom (767), bescheidenheid is ver te zoeken in dit Godshuis. Steken een kaarsje aan voor veilige kilometers die nog komen. Letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van de dag; de Festung Hohensalzburg. Het is een stevige klim, de weg loopt behoorlijk omhoog, maar eenmaal boven prachtige uitzichten over de oude en nieuwe stad,

gescheiden door de Salzach. Met de audioguide in de hand verkennen we elk plekje. Terug met de veel snellere Festungsbahn. We sluiten de dag af bij café-restaurant Nussbaumer bekend om zijn Garden with a fortress view. Treinen naar Schladming met het taxibusje de berg op en zijn weer terug in Erlebniswelt. Kurk van de fles, hapjes op tafel. De inwendige mens is versterkt, tijd van komen en gaan. Morgen waaien de panners uit, terug naar thuis, door naar Italië, door naar de Gathering in Semmering. Voor ons niet. Er steekt een hardnekkig darm-maagvirus de kop op. Wat voel je je dan ellendig en ook nog op vakantie. De hele nacht rennen van bed naar wc en andersom. Met pijn in ons hart besluiten we om hier nog een dagje te blijven. We zien het niet zitten om tijdens het rijden aan de dunne te gaan. Na een dag en nacht van sleep, relax and recovery vertrekken we naar Semmering. 

READ MORE…

Thuis. Dag 1 van onze driedaagse terugreis is er een van vroegtijdig op de benen, daarna op twee wielen, van keep on rolling, langs de Chiem See, kilomeeeeeeters autobahn totdat we in Neu-Ulm/Reutti zijn. Dag 2 Daar we gisteren het snelweg gedeelte hebben afgewerkt, zoeken we vandaag weer de binnenwegen op. Wat de eerste uren tegenvalt, is het vrachtverkeer. Met als gevolg dat we er achter moeten blijven hangen of als een slak naar boven rijden. Door het dal van de Donau, langs de nog jonge rivier, met steile rotshellingen op de achtergrond. Geen recht stukje weg. Mooie stuurweggetjes door bossen vol met naaldbomen. De lucht van boomhars prikkelt onze neusgaten. Pittoreske vakwerkstadjes met pittoreske vakwerkhuisjes. Pas rond 14.00 uur vinden we een imbiss waar we de keuze hebben tussen rode of witte curryworsten. We zoeken de autobahn op, na een lekker vaartje en een bochtige afdaling staan we weer in Bremm, nu bij de buurtjes Hotel Weinhaus berg. 

Slapen op de derde verdieping zonder lift. Kan alleen maar goed voor de conditie zijn. Trocken Riesling, tafelen een overheerlijk maal in de tuin, een avondwandeling langs de Moezel. Een mooie afsluiting van de vakantie. Dag 3 Als we de bedlampjes uitdoen denken we weer thuis terug naar werk en alledaagse beslommeringen

 

 

 

 

Images and Words