Sicilie 2011

Wie op Sicilie blijft heeft meer moed,  dan wie vertrekt

 PRIMAVERA SICILIE 15 MEI TOT 4 JUNI 2011.

Het begint bij een goed glas wijn in de lange en koude wintermaanden, na het 2e glas komen de plannen naar boven, de drang naar avontuur Maar hoe. En waar naartoe. De totale afstand thuis-Palermo is zo’n kleine 2600km. 4 à 5 dagen buffelen, zien we niet zitten. We zoeken naar alternatieven en zo komt plan B in beeld.

Voor de heenreis met de DB Autozug Düsseldorf-Alessandria en vanaf Genua naar Palermo te varen. Het scheelt een enorme plens benzine, een halve achterband, tolgelden, hotelovernachtingen en turen naar saai zwart asfalt. Terug in omgekeerde versie en vanaf Genua, via de Franse Alpen, Jura en Ardennen naar huis te rijden.

DITJES EN DATJES

Het inlezen is van ANWB, Lonely Planet, Remko Tekke en het World Wide Web.
Het kaartmateriaal is van ANWB, Michelin, Sicilia Touring Editor en Garmin Zumo.
De dagroute’s zijn, naar gelang de waan van de dag, ter plekke gemaakt met behulp van Vera. De terugreis is thuis aan Vera toevertrouwd.
De trein, boot en hotels zijn vooraf geboekt.
De beroemde schrijver Goethe reist in 1787 door Sicilië en schrijft in zijn Italienische Reise: ‘Italië zonder Sicilië laat helemaal geen beeld achter in de ziel, pas hier vindt men de sleutel tot het geheel’. En gelijk heeft hij. Een intrigerende geschiedenis, rijk aan natuur en kunstschatten, een overweldigende cultuur, de Etna.
De grootste fout die je kunt maken is dat je in twee weken het hele eiland wilt bekijken. Qua oppervlakte is Sicilië driekwart Nederland, dus dat lijkt mogelijk. Niet dus. Je rent en rijdt dan als een kip zonder kop van hoogtepunt naar hoogtepunt. Je hebt van alles bekeken, maar je hebt niets echt gezien. Dus zijn er keuzes gemaakt.

Door de driehoekige vorm wordt Sicilië in de oudheid Trinakria genoemd. Het eiland met de drie bergen, drie zeeën. De huidige naam verwijst naar de Sicaniërs, de oudste bewoners van het eiland. De vlag van Sicilië geeft een triskelion weer. Een symbool bestaande uit 3 mensenbenen, gebogen bij de knie en samenkomend bij het kruis. Men legt de betekenis als volgt uit: hoe de figuur ook gedraaid wordt, zij zal nooit knielen. De triskelion staat voor  onverzettelijkheid en vrijheidszin. Het symbool komt ook voor in de vlag van Isle of Man en Bretagne.
Sicilië heeft in de loop der eeuwen heel wat veroveraars gekend. De vreemde bezetters komen uit alle windrichtingen. De Feniciërs, Carthagers, Grieken, Romeinen, Vandalen en Goten, Byzantijnen, Arabieren, Normandiërs, Duitsers, Fransen en Spanjaarden. Alle komen en gaan. Wat blijft is de Siciliaan.
Al deze culturen hebben hun sporen nagelaten op de grens tussen twee continenten. De mengelmoes aan invloeden is ook zichtbaar in het uiterlijk. Sommige zijn erg ‘Italiaans’ anderen hebben het uiterlijk dat doet denken aan Tunesiër of Grieken.
De Grieken hebben de wijn en olijfolie gebracht. De Arabieren de citrusvruchten en de Spanjaarden de cactus.
In elk dorp zijn we wel in contact gekomen met de bewoners. Alle zijn vriendelijk en behulpzaam en nemen de tijd voor hun bezigheden (behalve wanneer ze achter het stuur van de auto plaatsnemen)
Sicilië de bakermat van de maffia. Nergens hebben wij ons onveilig gevoeld. De maffia houdt zich bezig met de eigen bevolking. Toerisme wordt gezien als bron van inkomsten. Zoals overal moet je op je spullen letten.
Zwerfvuil en zwerfhonden zijn een groot probleem in de steden op Zwerfvuilhet strand maar ook in het binnenland. Soms is het een grote vuilnisbelt met roedels magere honden en zwerfkatten. Zonde!
Motorrijden in Sicilië; te heet! Nee hoor. Je kunt van een beetje braaf tot zeer sportief Pannen. Je neemt je eigen windje mee en krijgt het pas echt warm als je afstapt. Is Sicilië een motoreiland: ja en neen!

 DB AUTOZUG

De laatste eitjes worden gebakken, de laatste koffie wordt gedronken, nog een laatste check-up van Pan, huis en haard en weg zijn we naar dat eiland diep in het zuiden waar de citroenen bloeien. We maken ons op voor een ritje van slechts 225 km. Onderweg krijgen we een flinke hagelbui over ons heen. We staan op gleis 15.05.2011 Dusseldorf18/19 voor ons de wagon die de Pan naar Alessandria brengt. We hebben nog tijd drinken en eten wat in het nabijgelegen Holiday Inn. Nadat Paul de Pan op de laadwagen rijdt en nog wat aanwijzingen aan het treinpersoneel, hoe de Pan het best vastgezet kan worden, Daar gaat ieis het wachten wanneer onze slaapwagon komt. Er is een vertraging van een klein uurtje, iets met voetbalsupporters uit Dortmund. We nemen een biertje en slaan wat proviand in. De komende uren vermaken wij ons in onze privé couchette, ingericht met WC en piepkleine douche. Nemen nog een heerlijke Duitse broodmaaltijd, wel met Franse en Hollandse kaasjes. Dan wordt ons bedje opgemaakt en is het snaveltjes toe en oogjes dicht. Om 06.15 uur worden we door de vriendelijke stem van de purser gewekt. Als we 16.05.2011 Alessandrianaar buiten kijken zien we de zon opkomen boven het Lago Maggiore. Tijdens het ontbijtje treinen we langs de rijstvelden van de Vercelli. Stipt om 07.30 uur rijden we het station van Alessandria binnen. We zijn in Italië, dus duurt het nog even voordat we weg zijn.

PIEMONTE

Een kattensprong is het naar Genua, waar vanavond de boot naar Palermo vertrekt. We hebben de tijd om de voor ons onbekende streek Piemonte, wat letterlijk betekent ‘aan de voet van de berg’, ingesloten door verschillende bergketens te ontdekken. We boemelen richting Asti, bekend om zijn Spumante. Passeren de beroemde heuvels van de Langhe, het platteland, mooie vergezichten naar Alba, bekend om zijn witte truffel en Barolo wijn. Met een slakkengangetje rijden we over de Strada Franca, een oude weg uit 1454, langs bossen,eindeloze wijngaarden. Vol verbazing ‘pannen’ we van het ene naar het andere mooie gehucht naar Acqui

Terme ook weer beroemd om zijn bronnen ‘De Bollente’ die midden in het historisch centrum ligt. Op een terras genieten we in de stralende zon van een vroegtijdig vijfuurtje. De laatste kilometers voordat we in de chaos van Genua terechtkomen, krijgen we nog een prachtig stuk weg met doordraaiers en zwiepers voorgeschoteld helemaal tot aan de haven. En daar, na een krankzinnig viaduct, proppen auto’s, vrachtwagens en een onmogelijke hoeveelheid scooters zich door de nauwe ingangen van de stad. Plotseling rijden we in gangen onder gebouwen, door een ondergronds labyrint van parkeergarages, tunnels en fly-overs. Om dan even plotseling weer boven te komen uit het duistere doolhof en staan midden in het oude centrum. Een paar uur met de Pan door Genua kost je jaren van je leven. If you show fear, you’re lost!

GRANDI NAVI VELOCI

Wij staan aan de kade van Genua haven en leggen de Pan stil. Voor ons ligt de La Suprema en rijst als een stalen ros uit het water. Dan is het wachten om aan boord te gaan van het schip wat ons naar Palermo brengt. Ik word weer een beetje gespannen, Paul niet hij is mijn rots in de branding, als het havenpersoneel het teken geeft dat we aan boord kunnen. Toch gaat alles goed, even later staat de Pan Pan in buik van schipin de buik van het schip. Zelf vastzetten mag niet, dit wordt voor ons gedaan. Controleren kunnen we dat niet! Na een korte zoektocht vinden we de voor ons gereserveerde luxe suite met zeezicht en verruilen onze ‘bedrijfskleding” voor iets luchtigers voor de komende 20 uur. Alles is aanwezig op het schip, zelfs een zwembad, maar veel is gesloten. Scheppen een luchtje, roken een sigaretje, hangen over de reling en kijken hoe langzaam de kapitein de varende stad de Middellandse Zee opstuurt en aan de horizon deLichtjes Genua lichtjes van Genua verdwijnen. De cabines zijn gevuld, de bars stromen vol. Genieten van het zangtalent van een ‘single and gorgious’ Italiaan aan de piano.Met het grommen van de scheepsmotoren vallen we in slaap. Na een zeer rustige nacht, de zee is spiegelglad vermaken 17.05.2011 Heerlijk in de zonwe ons met chillen, luieren, lezen, lekker in het zonnetje zitten, lunchen, cappuccino drinken, wandelen. Rustig een dutje doen in onze suite schrikken we plots wakker van een enorme gong. Brandalarm? Neen, een damesstem weet in het perfect Italiaans en een gebrabbel van Duits en Engels te melden dat we over een half uur onze cabine moeten verlaten, deze moet gereedgemaakt worden voor de terugvaart. Begrijpen doen we het niet het duurt nog minstens 2 uur voor we aanleggen. Nadat we gepakt hebben zijn we naar het bovendek gegaan en zien we het schip om 18.00 uur de haven van Palermo binnenlopen. Terug stijgt de spanning even. De gebruikelijke rituelen; motorkleding aan, helm op en langzaam klapt de enorme boegdeur open en voelen we Sicilië binnenwaaien, om 19.30 uur staan we op vaste bodem. Het verkeer in Palermo is net zo’n chaos als in Genua. Paul gaat gewoon rustig gecontroleerd overal langs, maar ik zit achterop niet ver van een panisch potje brullen! Gelukkig is het niet ver naar Hotel Bel3. De Pan staat in de garage. Wij hebben een mooie kamer met Palermo Monte Pellegrinobalkon en een magnifiek uitzicht over Palermo, Monte Pellegrino(Pelgrimsberg) en de Tyrrheense Zee. Prikken een vorkje in het prima restaurant. Buona notte.

DE NAVEL VAN SICILIE

Nadat de buikjes zijn gevuld begint onze reis diep in het zuiden. Langs plekken waar geschiedenis is geschreven, de mooiste onbekende stuurweggetjes, de befaamde keuken, pittoreske dorpen en beste stranden. Palermo is nog maar net aan het ontwaken als Paul op commando van Vera ons naar het hart van Sicilië stuurt. In een zucht zijn we uit Palermo. (Later zal dat heel anders verlopen) De A19 is de Autostrade die Noord met Oost Naar Oostverbindt. De weg is geheel op palen gebouwd, tientallen kilometers rijden we over één groot viaduct. Begeleidt door de zon en een stevig briesje door een kale, droge en onherbergzaam landschap. Afgewisseld met graslanden en vervallen boerderijen. Net of het al drieduizend jaar ligt te wachten op ons die met de Pan over deze verlaten weg rijdt. Al van ver zien we Enna (1000m), ’De Navel van Sicilië’, de hoogste provinciestad. We maken een korte wandeling, bekijken het weidse panorama enDe Navel van Sicilie besluiten een cappuccino te drinken in de plaatselijke bar. Een bar in Sicilië is een verzamelnaam voor drankgelegenheid, ijssalon en banketbakkerij. Ten zuiden van Enna ligt het Pergusa meer. Een van de weinig natuurlijke meren die het eiland rijk is. Helaas heeft men een lelijk circuit voor autoraces Pergusa meeraangelegd die de sfeer niet ten goede komt. We vervolgen onze weg via de SS121, dorpjes kom je nauwelijks tegen, de 5 miljoen mensen wonen hoofdzakelijk langs de kusten, dit was vroeger ook niet anders. De dorpjes waar we doorheen rijden zijn precies zoals we het hebben voorgesteld; opeengepakte huizen, steile weggetjes en overal zwart gejurkte vrouwen en gebrilde mannen. In een slaperig dorpje nemen we, staand aan de bar, zoals elke Siciliaan, een espresso met een cannoli, gevuld met gezoete, verse ricotta. Ze doen het glazuur van je tanden springen. 6 Keer doen we een rondje in Paternò en passeren het bordje “Sentiero” voordat we vanaf het 34 meter hoge, rechthoekig blok van een noormans kasteel een prachtig uitzicht hebben over de zuidhellingen van de Etna. Naast het kasteel staat de Chiesa Madre di Santa Maria dell’Alto. Verbonden met een schilderachtige trap naar Porta del Borgo. De rest van de route is een peulenschil. Meer dan een beetje heuvelachtig wordt het niet. We rijden langs olijfboomgaarden, bloeiende oleander en citrusboomgaarden. Het is zo stil dat we de weg grotendeels voor onszelf hebben. Na een enerverende tocht over de circúmvala van Catania bereiken we Santa Maria La Scala. De laatste kilometers van de SS114 naar de camping is een zeer steil en bochtig bergstraatje Rond vijf uur arriveren we op onze 19.05.2011 Camping La Timpaeindbestemming Camping La Timpa, onze slaapplek voor de komende dagen.

CAMPING LA TIMPA

De camping ligt in het natuurreservaat La Timpa en is schitterend gelegen op een uitstekende lavarots boven een blauwe zee. Beneden ons slaan golven stuk op de rosten en veroorzaken hoge schuimfonteinen. Het sanitair is wat verouderd maar wel schoon. Een kniesoor die daar op let als je midden tussen de sinasappel, citroenen, bananen en moerbei bomen staat. Verser kan een fruitsalade niet worden. In de ochtendzon genieten van colazione en cappuccino op de piazza met uitzicht op de Ionische zee. In de avondzon genieten van een heerlijke dis van land, zee, lucht en kelder in het voortreffelijke restaurant, waar veel locale een bezoekje brengen. Wil je zwemmen in zee dan kan dat, maar omdat je hier op een rots staat, is er maar één mogelijkheid. Om daar te komen moet je met een spannende lift in een grot afdalen naar een rotsplateau. Allemaal erg avontuurlijk maar wat als je beneden bent en de lift weigert dienst. We hebben ons er niet aangewaagd.

DE “CHIAZZETTE” VAN ACIREALE

De camping ontwaakt, er heerst een loom sfeertje en wij passen ons aan. Maken kennis met de buurtjes. Babbelen met een groep motorrijders uit de buurt van Rimini. Sommige praten een aardig woordje over de grens, bij andere blijft het bij “Come va”? (Antwoord “Bene”) en een gemompel van “Sone Olanda”. We schijnen elkaar te verstaan. “Whe are jealous”, een Engels koppel, pech met de motor en zetten hun reis voort met het koekblik, maar zijn wel al 5 maanden onderweg en genieten van een sabbatical year. Nu zijn wij jaloers. We dalen af van onze rots en “lungomare”  naar het kleine haventje er liggen vrolijk gekleurde vissersbootjes. Mannen zijn er bezig met netten te repareren. Het zijn dezelfde mannen die hun vis bij het restaurant afleveren. Om in het “Sentiero” van Acireale te komen moeten we zeven steile hellingen beklimmen. Een soort natuurlijk pad/trap van gesneden lava. In de oudheid de enige verbinding. Bij elke bocht genieten we van de prachtige uitzichten op de Ionische zee, kabbelend tegen het zwart van de kust met de Isola dei Ciclopie; de éénoogeilanden. Onze Ionische zeevoetstappen worden gedempt door een tapijt van bladeren. Regelmatig zitten we op lavastenen bankjes en genieten van de weelderige mediterrane vegetatie: eiken, enorme cactusvijgen, klimop, wilde kappertjes, het groen van oude platanen. Nog even de loopbrug over de SS114 en staan op het Piazza del Duomo, de moeite waard een Acirealemooie dubbele basiliek en uitbundig versierde barokgevels. Komen op adem in een rustig groen parkje. Op het pleintje voor de kerk is een trouwerij aan de gang. Overal mannen en vrouwen in een uitbundige feeststemming, overal gelach en getoeter als het bruidspaar naar buiten komt. We kijken het een tijdje aan, het is een echte Siciliaanse bruiloft-“met”-muziek. We vullen op een terrasje nog even het vocht aan, daarna leggen we de terugweg in een recordtempo af. De beloning voor ons klimwerk. In het restaurant horen we Mario al roepen “pesce”, “pesce” We lopen naar de vitrine en kiezen een mooie vis. Wat het is geen idee maar het smaakt heerlijk.

IONISCHE ZEE

Heerlijk in de zon op het terras bereiden we de dag voor. Onze De dag voorbereidenVera wordt vandaag een belangrijke begeleider. Niet te weten dat het zo lastig zou zijn om zo dicht mogelijk langs de kust te rijden. Of beter gezegd: Praktisch onmogelijk. Het eerste stuk rijden we langs mooie huizen, eindeloze stranden verborgen tussen de lavarotsen, Mooi villapalmbomen en prachtige bloemen. Over een mooi oud bruggetje stuurt Vera ons een zandpad op. We volgen het spoor, tenminste we geloven dat dit het spoor is. Maar dit keer is alles anders. Losse keien, grote en kleine steentjes, spitse en ronde stenen liggen op het zandpad of steken hieruit omhoog. De Pan springt van de ene naar de andere kant, de vering wordt zwaarbelast. Dan staan we bij een “rivier” Normaal schrijf je dan droge rivierbedding maar hier stroomt het toch flink over de ‘weg’. Toch maar even kijken hoe diep het is. Te gevaarlijk om door het water te rijden en door verborgen gesteente tegen de grond te gaan. Wat te doen? We kijken naar links, we kijken naar rechts, het valt helemaal niet mee om hier langs te komen. Uiteindelijk is het toch gelukt. Met een fijngevoelige gedoseerde gashandel, het spelen met de koppeling en veel gezucht en gekreun van zowel Paul als de Pan staan we aan de andere kant. We vervolgen onze “weg” en staan bij een tweede “rivierbedding” en is het omdraaien. Op het moment dat we weer over dat mooie oude bruggetje rijden kijk ik snel achterom en zie een verkeersbord: Verboden voor vrachtauto’s, geldt dus niet voor onze Pan. We blijven op de doorgaande wegen en volgen de kust, nu iets verder weg en hebben de weg weer voor ons zelf naar Giardini Naxos. De eerste Griekse nederzetting op Sicilië en is nu een levendig vakantie stadje. In het park is een klein museum, wat het leven weer geeft van meer dan 2500 jaren geleden. Het uitzicht op de baai van Isola Bella, de Etna en naar boven is Water en Vuuradembenemend. Taormina ligt op een terras van de Monte Tauro, 200 meter boven zee en is behalve pittoresk, ook héél toeristisch Achter ons hebben verschillende bussen hun lading gelost. We slaan het wegens de vele toeristen maar Taorminaover. We hebben geen zin ons tussen de groepen te voegen, maar doen nog wel een rondje in het “verkeersvrije” stadje zoals elke Siciliaan. We volgen een bordje “Sentiero” en belanden aan de rand van het dorpje Francaville de Sicilia, omringd door een prachtig landschap aan de groene vallei van de Gole d’Ancantara. Gestolde lava heeft zich omgezet in basalt, door de erosie is de diepe kloof ontstaan. Verder gaat het naar Linguaglossa. Hier zien we oude lavastromen en ligt al in de gevarenzone van de Etna. We starten de Pan voor de laatste keer en rijden richting camping. Even later staan we onder de douche en zullen we alle ledematen uitstrekken en de ontspanningstherapie met een natje en een droogje voortzetten.

DE ETNA, GOD VAN VUUR EN CYCLOPEN

Het weer is wisselvallig, dan wolken, dan een stralende zon. Zullen we vandaag onze Etna-tour ondernemen de “Berg der Bergen”. Of zoals de locale zeggen: “Mongibello” Vera meldt: “Zeer smalle en technische beklimming”. We zijn dus gewaarschuwd. Het valt allemaal mee. De Etna verhult zich in de wolken, doet ze trouwens meestal. Het is prachtig om te zien, dat de ze steeds groter wordt, soms zien we dat er rookpluimpjes uitkomen. De Etna(3330m) is de hoogste en actiefste vulkaan in Europa en kan zowel vanuit het Noorden als vanuit het Zuiden bezocht worden. We hebben het allebei gedaan. We volgen de bordjes Etna Nord en rijden door bossen, langs wijnboomgaarden op de vruchtbare hellingen van de Etna SudMonte  Crisimo(1354). Bij Rifugio Conti is onze eerste stop en maken een wandeling in een desolate wereld. Verder naar de hoogvlakte Piano Provenanza, het dennenbos wat met de uitbarsting van 2002 volledig wordt verwoest. Wat rest is wat verkoolde stammen die boven de lava uitsteken, verder is er niets meer van over. Soms zijn bomen gespaard gebleven doordat de stroom er omheen is gegaan en vaak zijn huizen niet gespaard gebleven. Het is een angstig idee, vooral als je ziet hoe hoog de stromen zijn. Ondanks dat wonen er best veel mensen en worden nieuwe woningen gebouwd. We nemen nog een paar slingerde zijweggetjes en zien recente sporen van uitbarstingen tot aan Rifugio Citelli, Etna Oost daar is een keerpunt. Verder richting Etna Sud. Vanaf zeeniveau slingert de weg tot 1923m, het landschap verandert van heel vruchtbare hellingen naar een soort maanlandschap. Gestolde lavastromen zijn een blijvende herinnering aan de nietsontziende natuurkrachten die hier nog regelmatig aan het werk zijn. Aangekomen bij Rifugio Sapienza wijst de parkeerwachter ons Pole-Position voor de Pan. Hij

houdt een briefje op, waar in het Duits staat: “Fur ein kleines Trinkgeld passe ich den ganzen Tag auf Ihr Fahrzeug. Oké, denken we, misschien doet hij het en we geven hem 2 euro. Bij de kassa aangekomen kunnen we kiezen uit verschillende excursies. We gaan voor het hele pakket en leggen daar euro 114 voor neer. De kabelbaan brengt ons tot 2504m. Daarna samen met andere toeristen verder omhoog met vierwiel aangedreven jeepbussen naar 2920m. Het is een hele belevenis rijden door sneeuwmuren, nauwe bochten met een behoorlijk stijgingspercentage, zeg maar steil omhoog. Het is mistig tot dat we boven de wolken komen en de zon er doorheen piept. Vanaf dit punt verder te voet voor een bezoek aan de kraters onder leiding van een gids. De gids maakt met de voet de bovenste lavalaag los en laat ons lava voelen wat nog warm is. Verderop is een geultje waarin de lava nog zo heet is dat je het maar amper in je hand kunt houden en daaronder de sneeuw. Het is bizar. Hallo, neemt u van ons even een foto, probeer ik en al snel is een vriendelijke Siciliaan bereid ons, tegen de mooie achtergrond vast te leggen. Ca. 400 meter van de top staan we bij Rifugio Torre de Filosofa, bedolven onder as en lava, alleen een heel klein stukje van het dak is nog zichtbaar. Voor deze hut hoef je hier niet te komen, maar wel voor de ongelovige prachtige uitzichten op de omliggende kraters. We beklimmen een ronde, nog rokende zijkrater waar de

stoom tussen de stenen vandaan sijpelt. Volgens de gids niet gevaarlijk want ze bevat geen gas. Aan het einde nog een hoge berg, met kleine lavasteentjes, die we helemaal rondlopen. Aan de andere kant zien we minimensjes. Wat een uitzichten. Grote lavavelden in allerlei kleuren en af en toe stijgt een warme rook uit de hoofd krater. Het is bitter koud hierboven, gelukkig hebben we onze ‘bedrijfskleding’ aan. De lucht is helder, de zon schijnt uitbundig en het is doodstil. Weer terug bij het kabelbaanstation een panini gegeten, rondgelopen in het informatiecentrum en beginnen aan de afdaling. Niet met de kabelbaan, die weigert dienst, gelukkig niet als wij er in zitten, maar met de jeepbus. Allemaal erg spannend, de chauffeur gooit nog wat kooltjes (lava) op het vuur en als een bezetene rijdt hij naar beneden, met veel gelach. Het bezoek aan de Etna is een overweldigende ervaring en maakt een blijvende indruk. Terug bij de Pan is er natuurlijk geen parkeerwachter te bekennen. We dalen naar Nicolosi via een lange weg met haarspeldbochten en kleine U bochten, door lavastromen en half verdwenen huisjesJe gelooft je ogen niet richting camping. In het restaurant horen we Mario al roepen “pesce”, “pesce”. De vis herkennen we wederom niet, maar wel de bruschetta, mosselen en de heerlijke pasta met knoflook en citroenolie.

CATANIA, ZWARTE DOCHTER VAN DE ETNA

De zon schijnt, de vogels kwinkeleren, de citrusbloesem geurt. Vandaag geen motorlaarzen, maar onze lichtgewichte Teva’s. We gaan met het openbaar vervoer naar Catania. Een aantal dagen geleden hebben we de bus zien rijden in Acireale. Als wij daar aankomen is er geen bushalte te vinden. We vragen hier en daar en in een mum van tijd staan er 6 Sicilianen om ons heen, die allemaal een andere kant op wijzen. Ze zijn o zo behulpzaam maar wel van de regen in de drup. Met luid vocabulaire worden we uiteindelijk begeleidt naar de “Pullmann” Catania heeft heel wat te verduren gehad. In 1669 grotendeels door de Etna verwoest, waarna de aardbeving van 1693 de rest doet. De stad is herbouwd in zeer weelderige barok. Wijken af van de begaande paden verkennen intieme pleintjes en nauwe steegjes komen terecht in de kleurrijke “rosse buurt”.De onmiskenbare geur van vers gevangen vis dringt onze neusgaten binnen als we de vismarkt oplopen. Het is een

belevenis. Met luide stemmen, zang en dans worden de vissen aangeprezen. Wat een feest. Het lijkt wel of je in een operette bent beland. Er is werkelijk van alles te koop, alles is even vers, kleurrijk, glimmend en levend. Er liggen enorme stukken tonijn enP1000447.jpg zwaardvis, koppen met zwaard ernaast geparkeerd. Ook heel veel levende schelpdieren, garnalen en inktvis in alle maten. We zitten midden tussen de markthandelaren aan een koffietje en een stroom Sicilianen trekt aan ons voorbij. We zien mannen bij een marktkraam iets pakken en rauw naar binnen werken. Ze kauwen een paar keer, slikken, knikken tevreden en pakken er nog één. Een soort nieuw haring maar dan anders? We beginnen onze stadstoer op de Piazza del Duomo. De Normandische Dom is vooral aan de Olifanten fonteinbuitenkant bezienswaardig. Midden op het plein staat een olifant van lavagesteente met op zijn rug een obelisk, het symbool van Catania. Rond het plein staat het geboortehuis van Bellini en diversen paleizen. Drup…drup…drup… Gelukkig klaart het even later weer op. Een Romeins theater, oorspronkelijk Grieks, verstopt achter huizen lopen we bijna voorbij. Daarnaast nog een klein Odeon. StilleRomeins theater getuige van een groots verleden. Vanaf de heftig gestreepte Porta Garibaldi lopen we richting busstation. Boven de heuvel piept de Etna tussen de wolken door. De niet zo brede doorgaande weg, wordt door de bus cm. voor cm. bevochten. Het is komisch te zien. Temeer daar de buschauffeur ons in gebarentaal laat weten dat het allemaal gekken zijn die hier rijden. De zonnige, maar drukkende, warme dag wordt door kleine regenwolken afgelost. We sluiten de dag af met een groot glas bier bij Bar Leotta DAL 1979. Op de camping bergen we onze spullen snel op en duiken de tent in

REGEN

Wat krijgen we nu! Regen? Het bakkertje komt al toeterend de camping oprijden. Tijd hebben we vandaag genoeg. Bij de late colazione lopen een paar regendruppels langs de tent naar beneden. Zachtjes tikt de regen op de tent, ritme van de eenzaamheid, klapperende deuren en ramen, onrustig blaffende honden. Dit wordt al snel een fikse regenbui, die regelmatig in herhaling gaat. Schuilen in het toiletgebouw, bij de buurtjes, bij de 23.05.2011 Schuilen bij de biljartbiljarttafel voor een wolkbreuk die de hele camping blank zet. Tussen het “regelmatig” komt gelijk de camping tot leven en heerst er een samenhorigheid. Er dient zich een karweitje aan. De Pan is veranderd in een dalmatiër hond en opgepimd met mooie vlekken van lavastof en klei in allerlei kleuren. Er moet gewassen en gepoetst worden tot dat hij weer Candy Red is. Helaas begint het na een uurtje weer te regenen, windstoten en tussendoor een piepklein zonnetje. Ingepakt met regenjassen en paraplu’s vertrekken we samen met de buurtjes. Terwijl we staan te wachten op de bus, krijgen we een lift, van een van de medewerkers van de camping, naar Acireale. Zoals overal ziet alles er nu grijs, saai enrestaurant armoedig uit. We duiken Ristorante L’Oste Scuro in. De pesche en carne die we in verschillende varianten eten, laat weer zien waar aci_0003_loste_358 de Sicilianen goed in zijn: koken. Terug via de Chiazzette. Wat nu niet zo eenvoudig is, het is glad, het water stroomt van de rots en de kleine straatjes staan blank. Bijna bedtijd. We verheugen ons nu al op het snel wegtrekken van de kou, terwijl wij tot aan onze kin onder onze “Beversport” liggen. Hoe kun je behaaglijker wegsoezen, terwijl de wind om de tent huilt en de regen zachtjes tokkelt. Wat is het leven toch mooi. Als je er maar niet bij nadenkt dat het eigenlijk zomer is.

PARCO DEI NÉBRODI

We rollen bij droogweer de tent uit en alles wordt in hoog tempo ingepakt, de lucht zit er toch dreigend uit. Altijd weer een prachtig gezicht om de kampeerspullen naast de Pan te zien en te bedenken dat alles er ook op moet. Je voelt dat mede kampeerders er voor gaan zitten om vol verbazing te kijken dat alles past. Drup, drup, drup. We schuilen weer bij de biljarttafel. Afscheid genomen van de camping, wat hebben we hier genoten Via SS121, naar het westen en SS117 naar het noorden. Op een gegeven moment duikt de Etna weer op in de verte, wat minder goed te zien, maar niet minder indrukwekkend. Een groot gedeelte van de dag rijden we door het Parco Regionala dei Nébrodi in de stromende regen, mist, over bergen, langs windmolens, door dalen. Kronkelend slingert deSS117 zeer slechte weg zich over de berghellingen van de Sella del Contrasto(1120) en Monte Castelli(1566), een plots hevig onweer Parco Regionala dei Nebrodinoopt tot voorzichtigheid. Het zal hier wel prachtig zijn maar we, vooral Paul, hebben alle aandacht nodig om dit gebied zonder kleerscheuren door te komen. Vera speelt Riders on the Storm, hoe kan het anders. Kijken naar de horizon, maken ons wijs dat de hemel in de verte een stukje lichter is. Bij Mistretta duiken we een cafeetje in en wordt het zowaar droog. Als je door de binnenlanden rijdt en stopt bij een dorpje staren de mensen ons aan of ze nog nooit een toerist gezien hebben, zeker niet man en vrouw met een Pan en zeker niet als twee verzopen katten!. Dan spreekt Francesco ons aan, praat goed Duits en heeft 3 jaren in Keulen gewerkt. Hij vraagt het hemd van ons lijf: Waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe, wat voor werk doen we en of we kinderen hebben. Dat is het leuke van reizen, in contact komen me de inwoners. Daar genieten we van. Hoe dichter we bij de Tyrrheense zee komen wordt de temperatuur aangenamer. Na een verplicht stukje autostrade met veel wegwerkzaamheden en onverlichte tunnels komen we aan bij camping Rais Gerbi in Finale di Pollina. Worden hartelijk ontvangen door de “Boss” met de woorden “goedemiddag; goede reis gehad” Verbaasd staren we hem aan, maar dit zijn de enige Nederlandse woorden die hij spreekt. Rais Gerbi is een terrassencamping en wordt verdeeld door een tunnelbak waar de trein doorrijdt?!.  De plekken voor de tenten staan pal aan zee, we kiezen het mooiste plekje uit. Als alles 25.05.2011Tyrrheense Zeestaat snel onder de douche, want we zien er uit als Moorkoppen. Gaan op onderzoek, waar is het sanitair, winkeltje, bar en restaurant. Om 23:00 uur worden de oogjes wel erg klein. Buona notte e forse a domani

PALERMO “Conca d’Oro” De GOUDEN SCHELP

Tegen betaling van euro1 pp. worden we door de Boss naar het stationnetje van Pollina gereden. Een uurtje treinen we langs de kust van de Tyrrheense zee. Het is prachtig rechts de zee, links een bergachtig gebied.Onze eerste indruk als we de stad binnenlopen. Druk, lawaaierig, vol, rommelig en vuil. Later zal blijken dat als je te voet de smalle straatjes en binnenplaatsjes doorkruist, de stad een eigen, aparte sfeer heeft. Pas na een paar keer hebben we het oversteken op een zebrapad onder de knie, Sicilianen rijden nu eenmaal niet rustig, de auto’s vliegen met een rotgang op je af. Wil je oversteken, dan moet je gewoon het zebrapad oplopen en ondertussen een schietgebedje doen. Zodra je een voet op het zebrapad zet gaan ze vol in de remmen of rijden om je heen en je kunt gewoon oversteken. Palermo is ook een smeltkroes van culturen en bekend op zijn pleinen en een van de P1000618meest indrukwekkende is het Quattro Canti. Geen plein, maar een druk kruispunt aan vier kanten omringd door beelden en klein fonteintjes. Het historisch centrum ligt op een kruising van de loodrechte op elkaar staande hoofdstraten Corso Vittorio Emanuelle II en Via Maqueda. Je struikelt werkelijk over de kerken, fonteinen en beelden. FontanaFontein van de schaamte Pretoria, een fontein met naakte witte marmeren beelden. De fontein wordt ook “fontein van de schaamte” genoemd. Op en aan het plein voor de kathedraal staan beelden en tropische bomen. Het is een prachtig gebouw in Europese en Oriëntaalse stijlen, waar onder ander de sarcofagen van diversen koningen te vinden zijn. Nadat we deze bezocht hebben lopen we door het stadspark Villa Bonanno, het is de serene stilte in het midden van nergens. Omdat we alles te voet doen, komen we in buurten die ongetwijfeld niet door reisagenten worden aanbevolen. Het straatleven is het leukste er is zoveel te zien. We belanden in de oude joodse wijk, de straatnaambordjes staan niet alleen in het Italiaans, maar ook in het Hebreeuws en Arabisch aangegeven. Komen terecht op een kleine kleurrijke markt in de arme wijk Albergheria. Op een van de muren die we passeren, hangt eenMaffia gedenksteen voor twee mannen die daar in 1971 zijn vermoord. We houden halte aan een ijssalon en kunnen al dat lekkers niet weerstaan. Het valt op dat veel oma’s die op de markt werken op hun kleinkind passen. We zien een wat oudere vrouw een kind op een groenteweegschaal neerleggen. We lopen richting haven en kunnen wat bijkomen van alle indrukken. Er ligt een groot oorlogsfregat, klaar om naar Libië te varen. Tevens zien we hier een tweede moment, ter nagedachtenis voor alle slachtoffers die gevallen zijn in de strijd tegen de maffia. Met een toeristisch treintje

rijden we nog een keer langs alle bezienswaardigheden zoals Teatro Massimo, San Giovanni degli Eremiti en rijden door de oude Treintjestadspoort Porta Nuova. Ondertussen geeft de gids uitgebreid uitleg in het Frans?. In een sjofel kroegje sluiten we dag af met een hapje en een drankje. We worden begroet door de uitbater en een groepje mannen dat aan een tafel zit. We verstaan helemaal niets van wat er wordt gezegd maar een woord komt telkens terug: maffioso. Onze tijd zit er echter op. Er blijkt wat mis te zijn met de trein. Een kleine conducteur komt in een soort Louis de Funes-stijl uitleggen dat er problemen zijn. Hij drentelt nerveus heen en weer en tettert onophoudelijk tegen de passagiers. We zijn weer terug in Pollina. Telefoontje naar de Boss en samen met een gezin uit Zwitserland worden we netjes bij de camping afgezet, natuurlijk tegen betaling van euro1 pp. Op het terras, onder het genot van een Castello bier, de flessen hebben, wat boffen we toch, hier een inhoud van 60cl babbelen we nog wat met de Zwitsers. We genieten van de Il Menu del Giorno en zitten net aan de espresso met een digestivo; wie komt daar binnen de buurtjes van La Timpa. Het na tafelen neemt ook vanavond weer véél tijd in beslag!

PARCO DELLE MADONIE

In twee dagen hebben we dit gebied van noord naar zuid en van oost naar west doorkruist. Vrijwel letterlijk “in de schaduw” van de Etna, ligt dit mooie nog onbekende gebied. Grillige kalkkliffen met scherpen bergkammen van de Monte Carbonara(1979) en Monte San Salvatore(1912) bieden fraaie panorama’s. Verstilde bergdorpjes liggen als adelaarsnesten tegen de berghellingen. Het alledaagse leven verloopt hier volgens eeuwenoude rituelen en gebruiken. Men leeft van wat de natuur te bieden heeft. Het is nog Van Noordvroeg in de morgen als we gewapend met water op ons viercilindertje stappen. We hebben een ‘tochtje’ door het Parco delle Madonie voor de boeg. Natuurlijk kun je de “vlakke” route nemen. Maar wij gaan voor de pittiger variant. Het ritje begint ontspannen over de mooie kustweg SS113, regelmatig zien we Genuaanse wachttorens net zoals in Corsica. Maar eenmaal voorbij Cefalù begint de weg te stijgen en rijden door bossen van SS113 Petralia Soprana kastanjebomen en steeneiken. Na een paar kilometer gaat de weg zo steil omhoog dat er toch een tandje bijgezet wordt. Het eerste noemenswaardig dorpje dat we tegen komen is Gibilmanna, een bedevaartsoord. Overal staat de brem in bloei. Maar de wegen kunnen beter zijn. Als we in Isnollo zijn zorgt het geweldige uitzicht voor kippenvel. Het kleine bergdorpje heeft een prachtige campanile (klokkentoren). Wat is niet mooier dan Even een bakkie doenop een pleintje aan te komen met de zacht snorrende Pan. Onder de goedkeurende blikken van de oude mannen op de bankjes, af te stappen en op een terras een cappuccino te drinken. Over dromerige kronkelweggetjes over glooiende heuvels van de hoogvlakte Cozzo Luminario “Hulstberg” klimmen we naar dorpjes met mooie namen zoals Petralia Soprana(1147) en Petralia Sottana(1000). In een klein bergdorpje met een even kleine bar kopen we panini’s, gevuld als een soort worstenbroodje die eten we op Siciliaanse wijze op straat lopend op. Plotseling komt Luigi, 85 jaar, met een vriendelijke “Gruss Gott” op ons af. Of we de Pan liever niet bij het gedenkteken willen parkeren, dat onteert de gevallen soldaten. Tenminste dat begrijpen we uit zijn gebrabbel doorweven met Duitse woorden. Met handen en voeten en onze matige kennis van het Italiaans komen we toch in gesprek met deze oude baas. Heel lang geleden heeft hij zijn rijbewijs in Duitsland gehaald en 15 jaar in München gewerkt. Zijn zoon werkt nog steeds als Taxichauffeur in Duitsland, zijn dochter is inmiddels teruggekeerd. In het

middeleeuwse dorpje Castelbuono gaan we op markt. De Pan krijgt Pole-Position precies voor de eerste kraam. Flaneren heen en weer in de smalle straatjes met kleine klinkertjes. Het is een echte lokale markt met een lokale bar propvol met busreizigers. Zoals overal in Italië zijn de benzinestations tussen de middag gesloten. Maar je kunt contant geld in een gleuf stoppen, pomp kiezen en tanken maar. Tot dat wij euro 10 in de gleuf stoppen en er zegge en schrijven 1 liter benzine uit de slang komt. Dure benzine!. Zoeken naar zijweggetjes door de bergen. Laveren door een kudde met schapen en hondjeschapen, bijeengehouden door de herder en een klein hondje en koeien niet bijeengehouden door de boer. Oppassen!. Ook oppassen voor de Siciliaan die wel heel vaak op je weghelft komt als je net een lekker bochtje aansnijdt. Overal zijn huizen tegen de verticale wanden geplakt of zelfs uitgehakt in de rotsen. In elk dorpje zijn zeer nauwe straatjes, waar auto’s maar nauwelijks door kunnen, maar voor de Pan geen probleem tot dat we in Geraci Siculo(1000m) aankomen, de straatjes worden smaller en lopen daarbij ook nog omhoog. Tot geracisiculo2we echt niet verder kunnen, daar de straat in twee helften wordt verdeeld, een deel dat naar beneden loopt en een deel dat naar boven gaat. Er zit niets anders op om dan achteruit te gaan om ergens in een uitstulping te keren als je met een auto zou zijn, maar niet met de Pan. Het wordt een behoorlijke onderneming om hier uit te komen en we zijn de attractie van de dag en gespreksstof voor de komende uren. We houden het bezoek aan het dorpje verder voor gezien. In de avond bij de tent met een Siciliaans vinno rosso en bianco genieten van een prachtige zonsondergang. Enkel het geruis van de zee doorbreekt de stilte. Kleine vissersbootjes varen uit. We zien dezelfde sterrenbeelden als bij ons, ze zijn enkel veel helderder. De oude Grieken en Romeinen oriënteerden zich tijdens hun langeThyrreense Zee reizen over zee op dezelfde sterren. De zee is een donkere vlek, langs het land tekenen zich de silhouetten van de bergen, zachtjes rijdt de trein over de camping.

VERKEER EN WEGEN

In de basis zijn de verkeersregels hetzelfde als bij ons maar wordt door de Siciliaan heel anders geïnterpreteerd. Als elke Siciliaan gaan we linksaf, waar toch duidelijk een bord staat: Verboden in te rijden, terwijl de carabinieri het allemaal aankijkt. We rijden, als alle andere, bij rood naar de volgende kruising, veelvuldig gebruik maken van de toeter. Als alle andere maken we van een tweebaansweg een driebaansweg en zelfs een vierbaansweg. Doorrijden waar Paul anders geremd zou hebben. Of het andere uiterste stapvoets over de weg. Parkeren waar een parkeerverbod geldt. Schrik niet als een Siciliaan probeert de koplamp van de Pan te rijden, ze hebben nogal de nijging om te snijden bij het invoegen. Het lijkt de wet van de sterkste. Toch is er een bepaalde code en wij rijden mee. Alles went! Je zie vooral kleine, veelal gebutste Fiatjes, enz.…Het valt steeds op dat de kaartinformatie niet altijd klopt. De Vera van Sicilië is nodig toe aan onderhoud. Dat geldt trouwens ook voor de wegen. Regelmatig staan we stil in een Scheur en verzakkingdoodlopende weg of verlaten straat. Regelmatig rijden we over een zandpad of grindweg. De wegen rond de Etna zijn goed, maar ga je de binnenlanden in of wijk je af van de begaande paden wordt het een heel ander verhaal. De belijning ontbreekt. Aanwijzingen zoals verkeersborden en stoplichten, voor zover ze werken, worden door de Siciliaan gezien als goedbedoelde maar zonder meer te negeren adviezen. De wegen zijn zeer slecht Het wordt wel heel smalmet grote gaten, kuilen, dwars groeven, een groot kraterlandschap. Het asfalt is glad. Grip heb je haast niet. Regelmatig zijn hele stukken weg weggeslagen zonder enige waarschuwing vooraf. Regelmatig is er een verzakking en rijdt je zonder enige waarschuwing opeens een meter lager. Paul kan geen minuut zijn aandacht laten verslappen!.

CEFALU

De “Boss” brengt ons, samen met een echtpaar uit België naar het stationnetje. Tijdens het wachten komen de mannen in een geanimeerd gesprek over Tom Boonen, Jurgen van den Broeck en Philippe Gilbert. De trein brengt ons naar het schilderachtige havenstadje Cefalù, waar volgens de altijd juichende reisgidsen de mooiste kathedraal van Sicilië te vinden is. Dat klopt maar is mooi door zijn eenvoud. Terwijl wij het thuisfront laten weten dat de temperatuur ca. 26 graden bedragen en dat in bepaalde delen van het eiland al sprake is van tropische temperaturen, ruist lieflijk de Tyrreense zee, de wind schudt zachtjes aan de bladeren van de palmbomen. Zigzaggend banen we ons een weg langs wandelde opgedofte Siciliaanse families, opa’s met kleinkinderen, verliefd kijkende tieners en slenterende toeristen. We zijn niet de enige die hier op een mooie dag willen genieten. Midden in het centrum staat Duomo Cefalude Dom, de kerk is gebouwd door toenmalige ambachtslieden van Byzantijnse en Moorse afkomst. Op de achtergrond rijst La Rocca, de rots, een paar honderd meter massief omhoog naar de hemel. We kuieren door de smalle middeleeuwse straatjes met hoge huizen, waar was goed hangt te drogen aan balkons met En nog meer wasgoed Wit strandje Kloostergangen Souvenirsspeciaal daarvoor gespannen lijnen, die soms van de ene naar de andere kant van de straat gaan. We dartelen door de oude stad, cappuccino voor de Dom, bezoek aan het Kloosterhof. Belanden bij een pittoresk haventje met zijn rij visserhuisjes en een wit zandstrand. We duiken een nisje in lopen een trap af, waar volledig voor de buitenwereld verborgen P1000675de Lavatoio publico (Arabische wasplaats) is. Het is een uit de rots gehouwen wasbekken voorzien met kleine dierenhoofdjes en stenen platvormpjes. Naar het schijnt wordt de wasplaats nog steeds door de bevolking gebruikt. We nemen een kijkje bij een souvenir winkeltje. Ze verkopen een typisch Siciliaans muziekinstrumentje, de Marranzano. Genoemd in de Gotfatherboeken, maffiamuziek? Je moet het tussen je tanden klemmen en dan blazen en wordt door herders bespeeld als tijdverdrijf. Terug met de veel snellere bus die ons netjes voor de camping afzet.

AGRIGENTO “VALLE DEI TEMPLI”

De dag begint met een gevarieerd concert van vogels van allerlei pluimage. Lekker vroeg als we op ons viercilindertje stappen. We hebben een tochtje van 154 kilometer voor de boeg voor een bezoek aan de Valle dei Templi, Unesco werelderfgoed en is een van de meest bekende bezienswaardigheden van Sicilië. Het eerste stuk van de route gaat nog langs de Thyrreense zee. Daarna rijden we zuidwaarts en laten het kustlandschap achter ons en krijgen sinaasappel- en citroenboomgaarden de overhand. Grote velden met artisjokken kleuren de velden bont. Het landschap wordt steeds afwisselender, met bergen, dalen, riviertjes en Tunnelboomgaarden regelmatig onderbroken door zwart en donker als we een tunnel inrijden. De zon brandt meedogenloos op het land en onze helmen. We steken het eiland door van de kust van de Thyrreense zee naar de kust van de Middellandse zee. Het heuvelachtige landschap is mooi en we zien van verre de tempels liggen. De vallei bereiken we via een bochtige weg, de Passegiate Archeologica, daar is de parkeerplaats. De Pan

krijgt als altijd de Pole-Position toegewezen. Paul heeft een vernuftig systeem uitgevonden, zodat we niet met de helmen en jassen hoeven te sjouwen. De tempels zijn gelegen in een prachtig gebied met eeuwenoude bomen en allerhande exotische planten en waartussen mooi gekleurde hagedissen zich een weg banen Men wist de plekken vroeger wel te kiezen! Op het terrein liggen vijf P1000754ruines van Griekse tempels waarvan een enkele nog in zeer goede staat verkeert. Bij andere gebruiken we onze “Imaginaire”. De Hera-tempel ligt het hoogst en vanaf hier kijk je uit over het hele omliggende gebied. Aan de ene kant het moderne Agrigento, dat parallel loopt aan de resten van de oudheid aan de andere kant de Middellandse zee. De wandeling over de Via Sacra is een belevenis, lopen tussen olijfbomen, amandelbomen, veelkleurige bloemen, cactussen, langs vroegchristelijke graven genieten van de prachtige uitzichten en verbazen ons erover hoe de enorme stenen zonder al te veel hulpmiddelen zo op hun plek zijn gezet en er nu nog staan. Overal liggen en staan grote bronzen en marmeren sculpturen van de Poolse kunstenaar Igo Mitoraj. Helaas is de audioguide niet zo indrukwekkend maar nergens is de harmonie tussen natuur en cultuur zo volmaakt. Via SS189; Strada Statale della Valle dei Platani rijden we door een imposant landschap, waar

enorme stenen en rotsen de dalen lijken te vullen. Op de flanken van de bergen grazen koeien, schapen en paarden. In de lateErgens in Sicilie namiddag zijn we terug in Pollina en kunnen ontspannen. Doen een vino, gaan op restaurant. De op antieke wijze gebakken Pizza Rais Gerbi is lekker. Het is een gezellige avond. Moe en voldaan kruipen we uiteindelijk laat onder onze “Beversport”

DE COLS VAN DON CORLEONE

Nadat alles weer zijn plekje op de Pan heeft, nog een colazione en espresso op het terras en vertrekken. Bij Términe Imerese gaan we het binnenland en de bergen weer in. Via de SS285 en SS188 bereiken we Prizzi(1.045) Niet ver van het dorp ligt het meer Prizzi, het is een kunstmatig bassin en wordt gebruikt voor irrigatie van het land. Niet geheel onbelangrijk het ligt aan de SS118 naar Corleone. Op weg naar CorleoneDe bakermat van de maffia; cosa nostra; Ons Ding. Hoe dichter we bij Corleone komen, wordt het landschap mystieker. Hier komen fictie en waarheid bij elkaar. Hoewel de films zijn hier niet opgenomen, met wilde geen addio pizzo (bescherm geld) betalen. In de bar een groepje jonge mensen die smullen van “een ijsje tussen een broodje” Rechts de tapkast met een bonte verzameling flessen. Links, aan de muur hebben de affiches van de beroemde films een prominente plaats gekregen en sieren de wanden. Lopend over straat in het uitgestorven stadje in de middaghitte, vragen we ons bij iedere voorbijganger af of hij lid is van de maffia. Je verwacht ieder moment dat “The Godfather” uit een bar naar buiten stapt. VragenCorleone durven we niet, we laten het maar in het midden, we houden ons aan de omertà, de zwijgplicht van de maffia. Genoeg gemijmerd we vervolgen onze weg en rijden door het open droge land, stijgen en dalen, voorzien van de nodige bochten en zien kleine bosbrandjes, kilometers lang lijkt het op Toscaans landschap, zonder cipressen, richting Piana Degli Albanesi, de belangrijkste Albananese vesting op Sicilië, het einde vol woeste rotsen. Via een lange weg met enkele tunnels en Rotsachtig landschapuitzicht op Palermo stijgen we naar Monreale, wereldberoemd vanwege haar kathedraal, de Santa Maria La Nuova. Een mix van Arabische, Byzantijnse, Noormanse en Romaanse bouwstijlen, Christelijke en Moslims leefde toen harmonieus naast elkaar.  Na een weerwar van kleine eenrichtingstraatjes, parkeren we de Pan,

zoals gewoonlijk als elke Siciliaan, waar een parkeerverbod geldt. Op het moment dat we de kathedraal willen bezichtigen komt er een driftig mannetje naar buiten. “Subito”, “Subito” Opschieten, Opschieten en wordt de grote deur voor onze neus gesloten. Er moet getrouwd worden. We slapen weer in een echt bed in Hotel Bel3.

WEST-SICILIE

De dag is nog jong, tijd om de niet zo toeristische westkust te ontdekken. We kiezen voor een wat snelle route richting Trapani. Maar eerst moeten we uit de chaos van Palermo zien te komen. Er biedt zich een optie aan, we volgen twee politie auto’s en Paul gaat er tussenin rijden. Schrik krijgen we als we een bord met 90km. met 130km. voorbij rijden en door de Carabinieri worden ingehaald. We houden onze adem in….pfff, ze rijden voorbij. In de oudheid was Trapani een bekende handelsplaats. Eén van de bekendste producten uit de streek is het zout. Langs de kust liggen nog steeds de zoutpannen met hun karakteristieke molens. Trapani is nog wat slaperig als we het oude centrum binnenrijden en ons eerste cappuccino nemen. Vijftig meter verder rijden we door een poort, de

oude stad is dan slechts 300 meter breed. Het uitzicht op de zee en zelfs de Egadische Eilanden is verbluffend. Rijdend naar het MuseoStevig briesje delle Saline blijkt dat niet één molen nog intact is. Het is één groot slagveld waar Don Quichotte zich best in thuis zou voelen. Soms zijn ze nog nauwelijks herkenbaar als molen en onze Don zou deze zeker niet meer aanvallen. In het museum krijg je een beeld vanZoutpannen het harde leven in de tijd toen de saline nog optimaal in gebruik was. Er wordt nog steeds zout gewonnen maar men gebruikt elektromotoren en zgn. vuilwaterpompen. Van “gratis” windenergie wordt geen gebruik meer gemaakt Er staan twee molens in de zoutpannen die intact lijken maar dat zijn ze niet. Het zijn beeldjes voor de fototoerist. Vervallen windmolens, verlaten zoutpannen, kanalen en vlakten het lijkt ten dode opgeschreven. Allemaal erg jammer. Het wordt door de vele molenruïnes niet bepaald een hoogtepunt. Zo af en toe staan wij met tranen in onze ogen maar dat kan ook van het zout zijn geweest. Langs de kustweg naar de noordelijkste kaap van het eiland San Vito lo Capo met zijn San Vito lo Capowitte zandstranden. Een mondaine badplaats, in de ogen van de Siciliaan en ligt aan het begin van Riserva dello Zingaro. Het is te bereiken via een eenrichtingsverkeer weg. Een strijd tussen milieubewegingen en de autowegenindustrie (maffia) wordtRiserva beslecht ten gunste van het behoud van het natuurreservaat en dankt zijn naam aan het kleine vissersdorpje dat wordt ontmanteld. Een rondje door San Vito lo Capo en rijden langs loslopende koeien. De waarschuwingsborden staan er dus niet voor niets. Weer zuidwaarts, natuurlijk via dezelfde weg als we zijn gekomen richting Castellamare del Golfo. Deze plaats ligt erCastellamare del Golfo schitterend bij en vanaf de berghelling waarlangs wij afdalen hebben we mooie plaatjes op het netvlies. Bij een parking staat een soort snackkar, maar dan anders. We eten er een heerlijk broodje en als toetje natuurlijk een gelati. Het is een van de aspecten die een reis compleet maken; het proeven van lokale gerechten en Snackkarspecialiteiten. Langzaam beginnen we gas te geven richting Palermo. O ja, in de buurt van Mondello worden we door een vriendelijke Siciliaan opgelicht. Hij vraagt euro 8 voor twee blikjes frisdrank, Paul gaat er nog tegenin, helpen doet dat niet. Nog even om de Monte Pellegrino en staan aan de haven. Zo makkelijk als we buiten Palermo gekomen zijn, vinden we bij het weg gaan de incheck balie voor onze boarding pass niet. Probleem1: Vera laat ons in de steek. Probleem2; de taalbarrière. We doen een poging om de weg te vragen aan een jonge dame. Zij spreekt perfect Italiaans, Wij spreken perfect Nederlands, maar we zijn eruit In buik van Supremagekomen. Het inchecken en verschepenLa Suprema verloopt weer volkomen chaotisch. De krioelende auto’s, vrachtwagens, scooters, motoren en voetgangers proppen zich in het schip onder de bezielende leiding van een overdadige hoeveelheid stewards die met elkaar communiceren en Nog even en weg zijn wetegenstrijdige instructies geven.  De vaart is een kopie van de heenreis met één klein verschil, de zee is nu niet zo rustig en bij vlagen voel ik mij toch een beetje misselijk worden. Om 19.45 uur staan we weer op het vasteland.Genua

NAAR THUIS

In een uurtje “pannen” we naar Regina Spigno Monferrato. Het wordt al schemerig als we door een bosrijk gebied rijden en is het alert zijn voor overstekend wild, we hebben zoiets al eens voor de wielen gehad. Toch is het weer schrikken als plotseling een hert oversteekt. Door pittoreske straatjes en staan voor Hotel Regina. Inchecken bij de bar!!. Vol 02.06.2011met jongelui en de band speelt Russische muziek. We kijken elkaar aan: Waar zijn we in beland?. Maar dan; Rosa is vriendelijk, de kamer is netjes, de douche is schoon, van de muziek horen we weinig en het ontbijtje is met veel vers fruit. Een klein minpuntje. Ons panneke staat met zijn slofjes op de openbare weg. Slaap je toch iets onrustiger.Regina Spigno Monferrato In het nabijgelegen restaurant is geen menukaart, dus gaan af op verbale en non verbale communicatie en laten ons verrassen met een antipasta en secondo. Rond negen uur begint onze driedaagse terugreis en zetten koers naar de Franse grens. Pakken wat kilometers en gaan betaald rijden. Erg opschieten doen we niet. Om de zoveel kilometers is er een tolpoortje waar we euro 1,20 moeten betalen. Vanaf Susa volgen we de SS25, de oude grensweg richting Col de Menis(2083). Deze bekende bergpas is vermoedelijk door Hannibal en zijn olifanten gebruikt. Het regent zachtjes. We weten dat de Col open is maar komen geen tegenliggers tegen. Dan ga je toch twijfelen! Het zachtjes regenen, wordt harder regenen, wordt kleine hagelsteentjes. Als we bij de top aankomen sneeuwt het. Van een

Bron: Wikipedia
Bron: Wikipedia

wandeling is geen sprake. Van het bergmeer Lac de Mont Menis zien we niets, het ligt in de mist en geheel in de wolken. We versterken het inwendige motorlijf met warme chocolade melk en apfelstrudel bij een berghut met open haard. De afdaling gaat héél héél voorzichtig over gladde wegen. Rijden door de besneeuwde bergwereld, langs kleine sneeuwmuurtjes. Bij Lanslebourg komen we in de bewoonde wereld, de zon gaat schijnen en volgen de doorgaande wegen door de dalen van de Alpen. Regelmatig zien we bordjes met Col…. Fermé. Meermaals vraag je je onder je helm af wat er nog allemaal te wachten staat als we in de Jura zijn. Dan volgt de ene bocht naar de andere als we La Route des SapinsWolkenpartij (Spar) rijden. Langs het Lac d’Annecy en bereiken Hotel les deuxClairveaux Lacs, Clairvaux-Les-Lacs. Het is een typisch Frans hotelletje. Een gelikt restaurant, de kamer kan er mee door, in de douche kan je je k… niet keren. In deze streek staat de Franche Comté kaas en Vin Jaune in een hoog vaandel en gaan voor de kaasfondue. De tweede dag zijn we vroeg uit te veren. Er staat een 400 kilometer op het programma. De ochtendzon komt al krachtig opzetten en priemt ongenadig door het bladerendak van de bossen waar we doorheen rijden. Zoveel mogelijk genieten van de kleine weggetjes door velden, valleien, langs verlaten dorpjes en vestingen van een rijk, militair verleden, aan La Route des Fortifications tot aan Charleville Mézières. Daar staat ons bedje in 6752_Hotel_Le_PelicanHotel Pelican in het hart van de stad. Uitrusten en tafelen doen we aan het Place Ducale, omringd door 17e-eeuwse paviljoens met een arcadegalerij. Last but not least De derde dag staan er twee dingen op het programma. In de ochtend rijden we via de landelijke route La Route des Forêts, Lacs et Abbayes, volgen de Maas tot aan de Citadelstad Dinant. In de middag is het naar thuis.

Sicilië, een groot openluchtmuseum als het ware. En dan de positieve energie die uitgaat van de geliefde Etna, van de ijskoude rivier de Alcantara, van de prachtige zee, de zon, de regen en natuurlijk het heerlijke eten. Met de Pan de onbekende stuurweggetjes ontdekken. Je hebt een onbelemmerd uitzicht. Je ziet je omgeving niet alleen; je voelt, hoort en ruikt hem ook. We gaan mee met de flow. We voelen ons als vrije vogels. Kortom: volop genieten. Ciao Sicilië.

Images and Words