Schotland 2012

Klik op de foto’s voor een vergroting

 headerOosterhout, ergens in november. Met een aantal Panners zijn we op bezoek bij Ludo en Gonneke Sidler van Motoerit en worden we lekker gemaakt over Visit Scottish Borders. Landkaarten op tafel; een overzicht van de routes, een hapje en een drankje, mooie fotovoorstelling, de boot en andere leuke zaken met betrekking tot Schotland. De meeste schrijven gelijk in. Ook wij. Het is niet de eerste keer dat wij i.s.m. Motoerit naar dat eiland aan de andere kant van de Noordzee gaan. Ludo en Gonneke zijn zoals je het zegt “Englandvaarders” en weten veel van het land, de garantie voor cultuur, natuur, avontuur en natuurlijke mooie stuurweggetjes. Helaas geen goed weer garantie. In de lange wintermaanden draait de Laptop overuren. Surfen over het World Wide Web, met vierkante ogen besluiteloos scrollen langs alle bezienswaardigheden en mooie weggetjes. “We willen het allemaal zien”.

27 mei. Nieuwe voorband; Check bandenspanning, check olie, check huis en haard en weg zijn we naar dat eiland waar “spookrijden” tot een nationale sport is verheven. Wat zeg ik!. Het wordt aan alle kanten toegejuicht. Redelijk veel bagage. De traditionele Schotse klederdracht, zijnde goede regenkleding, een extra paar handschoenen, warm thermo onderkleding zijn een must. Dat komt toch dat het er altijd regent (zeggen ze toch aan deze kant van het water). Het eerste deel van onze reis, het minst boeiende, gaat nog over Nederlands grondgebied. Ruim op tijd ruiken we de zeelucht bij IJmuiden. Even aftanken zodat we morgen met een volle tank onze eerste kilometers of zeg je miles kunnen maken. Om 15.00 uur verzamelen bij Kop van de Haven. We zijn met 11 ST1300, 1 ST1100 en 7 “op de achterbank”. Om 16.00 uur inchecken, wat gewoon zittend op de Pan kan. Twee meter verder een meneer die in ons paspoort neust en ons formeel de grens laat oversteken. Vlot kunnen we naar de wachtrijen. Aan het aantal motoren kun je zien dat het Schots asfalt geliefd is. Voor ons ligt de Princess Seaways als een stalen ros in het water. Altijd een beetje spannend om de metalen brug op te rijden naar de “parkeerplaats”. Alles verloopt smooth, we hebben ondertussen de nodige ervaring. Na een verkleedpartijtje in onze binnenhut, ter grote van een isoleercel, uitwaaien op het dek, met een glas in de hand ons kleine landje zien verdwijnen. Volop zon, een stevig briesje, weinig deining en volle vaart vooruit.

Voor de vierde keer steken we de Noordzee over. Onze vorige reizen: Zuid-England (Calais-Dover), Schotland-Highlands (Hoek van Holland-Harwich), Schotland-Hadrian Wall; Dumfries and Galloway (IJmuiden-Newcastle) en nu Scottish Borders. Op naar het 7 Seas Restaurant, waar de tafels “Reserved Party Motoerit” al klaar staan. Met moeite kunnen we kiezen uit al dat lekkers. Wat een round the World buffet. Super. Sterker nog het is ook enorm lekker. We genieten met volle teugen of beter gezegd met volle borden en tafelen gezellig met de Panners. Met de buikjes vol verkennen we de Princess. In de nightclub; de dansmariekes uit Oost-Europese landen die laten we aan ons voorbij gaan. Wij gaan voor de pub, waar een folkzangergitarist het publiek om verzoeknummers vraagt. Een ding valt op: er is een rookhoekje. Na een nacht van hazenslaapjes, door het gekraak van de muren, het gebeuk van de golven tegen de romp en… het is ons bed niet, worden we door de stem uit de intercom “wakker”. Good Morning. Er is land in zicht in “file” waren we naar Newcastle-upon-‘time’. Eerst nog een ontbijtje, teveel om op te noemen van continentaal tot full english breakfast. Meer dan voldaan maken we ons klaar om voet aan wal te zetten. “Bedrijfskleding” aan, Pan bevrijden van de spanbanden, nog even je gezicht bij de UK customs laten zien en weg zijn we. We staan aan de kade van Newcasle-upon-tyne, voor ons ligt Good Old England of houden we het op Great Britain of the United Kingdom, bestaande uit England, Schotland, Wales en Noord-Ierland. Dat het er anders is heb je natuurlijk snel door. Keep Left dat is zowat het eerste bordje wat je tegenkomt, met de Pan valt dat best mee, het stuur blijft hoe dan ook in het midden en het gebruik van de roundabouts, soms heel creatief, is logischer. Welcome in het land met de pounds, tijdverschil, het klimaat, de prachtige pubs, witte bonen in tomatensaus bij het ontbijt, vensterbanken vol met bloemen, schapen, midges en de vriendelijke sociale, humoristische en behulpzame Britten. Wordt het niet tijd om over de stereotype muren heen te kijken en dit land omhelzen. Laat je overvallen door schitterende stuurweggetjes in een spectaculair landschap en rijden door een stilleven dat er honderd jaar geleden net zo uitzag. Doe wat Hadrianus nooit is gelukt. Verover Schotland.

Newcastle-Kelso 190 km. De Zumo’s worden gestart en kunnen hun werk gaan doen, kleine groepjes worden gevormd. Het heeft altijd iets…Ik zie het op de gezichten. Hoe zou het zijn?. Paul vangt mijn blik, onzichtbaar voor de rest. Newcastle uitrijden is een uitdaging. 15 roundabouts. Je  krijgt gelijk de vuurdoop. Veel snelheidscamera’s die behoorlijk verdekt opgesteld zijn. Ik denk dat het woord “flashkast” waarschijnlijk van Britse oorsprong is. We wachten maar af of we nog iets thuis krijgen (dus niet). Daarna laten we de doorgaande wegen die naar Schotland leiden links of rechts liggen, daarbij houdt Paul meer van die schattige smalle weggetjes.

Met een stralend blauwe lucht rijden we door Northumberland, de meest noordelijke streek in England. Een landschappelijke omgeving, de eiken gebukt onder de wind, kleine boerenbosweggetjes, velden vol kool/lijnzaad. Een grote badkuip. De koffiestop, in de middle of nowhere, bij een kleine bierbrouwerij High House Farm Brewery. We vervolgen onze weg richting Kielder Forest, passeren een standingstone in de vorm van een hand en dan….ons panneke doet  niet wat hij moet doen. De achterrem loopt totaal vast. Geen gelegenheid om direct te stoppen. Gevolg een overhitte remklauw en een smeulende zijkoffer. Snel blussen met wat voorhanden is; cola, ice-tea en water. Dat is schikken. Na een noodreparatie is de beslissing snel genomen, wij gaan rechtstreeks naar het hotel in Kelso. Een probleempje #$%@* NIET REMMEN en veel GvD’s als het verkeer dat niet toelaat. Al snel komen we op de A68, na een tijdje kunnen we toch genieten, de inwendige spanning is gedaald, van de prachtige omgeving, ruig, desolaat, imposant. De Cheviot Hills is de natuurlijke grens tussen England en Schotland. Links en rechts de battelfields uit lang vervlogen tijden. De heuvels zijn omgeven door verhalen uit dit veel bevochten land. De Clans, Kilts en Whisky zijn in zicht. De borden Scotland, Scottish Borders en Fàilte gu Alba heten ons welkom. Geen bloedige oorlogen. Geen Acts of Union, maar een heus referendum voor een zelfstandig Schotland in 2014. Schotten willen de baas zijn over Schotland. En niemand anders. Jedburgh is voor vele de eerste stop na de grens voor ons niet wij wielen door, we zijn hier al eens geweest en dan dat NIET REMMEN. De straten liggen er kraakhelder bij. Het heeft hier zijn charme. There are no strangers here only friends, who haven’t yet met. Kelso bereik je door over de oude massief stenen brug te rijden, daaronder het water van de Tweed die als een rode draad door de Borders loopt. Pffff…We hebben het gehaald we staan voor Hotel Cross Keys. Het hotel zet ons op het spoor van een lokale motorreparateur, maar 11 miles hier vandaan. Onze “Beth” kan de straat niet vinden. Aan wie kan je dan beter de weg vragen dan aan een local postman. Tosh(de reparateur) blijkt in wat je wel een grote schuur mag noemen te werken, maar hij heeft geen enkel probleem ons direct te helpen. Na 3 uur sleutelen en babbelen is het euvel weg en nemen we dankbaar afscheid. Eind goed al goed?. Je kunt Tosh trouwens ook inhuren als begenadigd doedelzakspeler en zijn vrouw Mo speelt in de band.

 

Jedburgh Royal Britsh Legion Pipe Band was formed in 1943 and is currently led bij Ian Macdonald(Tosh). The have played all over the world including Italy, Spain, France and even the Bahamas for the 1992 quincentennial celebrations of the discovery of the islands by Colombus in 1492. Wearing their Seaforth Mackenzie tartan kilts, plaids and hose whit white spats and a black doublet with silver braiding and a glengarry head dress with red an blue plume. Jedburgh pipe band is one of the smartest, dressed bands in the Borders.

Terug in het hotel zijn we wel doe aan een pint, een warm bad, een lekkere hap eten en is de ellende snel vergeten. Kroegen hebben hier klinkende namen en zo komen we tijdens een avondwandelingetje terecht in The Red Lion Inn voor een nightcap. Op een paar biljartspelers zijn we de enige bezoekers. Bij navraag: Ja het is maandag en eind van de maand. Onze rijdag, een zeer bewogen zit erop. Zo’n dag vraagt nogal wat van je rij en stuurkunst.

Kelso-Kelso 185 km. Natuurlijk starten we de dag met een full scottish breakfast incl. blackpudding (bloedworst) en haggis, die laten we aan ons voorbij gaan Brrrr…Rond 09.30 uur zitten we in het zadel. De pompbediende raakt geheel in de stress bij het zien van al die Pans, die dat broodnodige vocht nodig hebben. Het ijs is snel gebroken. Nog net niet bedienen we zelf het betaalapparaat. Kelso uitrijdend hebben we uitzicht op Floor Castle, thuisbasis van de Roxburghe. Ook al stop je niet het beeld van het kasteel wat over de Tweed uitkijkt is prachtig. Op het roadbook zien we dat het een dag van cultuur wordt met daartussen mooie stuurweggetjes door Lammermuir Hills wat zoiets als Moorland of the Lambs betekend. Bij Fogo meldt Beth rij 100 meter rechtdoor om de kerk te bezoeken. Rij daarna terug en ga de brug over en dat doen we braaf. Vijf kilometer verder rijden we door Langton Ford, een weg door een riviertje. Het mag maar het hoeft niet. We gaan ervoor, de andere ook. Toch gaan er twee Pan’s onderuit door verborgen gladde stenen. Gelukkig niets aan de hand, met zoveel handjes staan ze snel weer op hun slofjes. Maar ja, wel een klein deukje in de ego’s. Wat volgt is een prachtig landschap, vol bochten, single tracks-roads, hellingpercentages van 14-20%, glooiende heuvels, passin places, smalle wegen, schitterende uitzichten. Schapen die plotseling de weg op lopen, maar schapen hebben in het verkeersarme Schotland altijd voorrang. We beklimmen de White Castle-Iron Age fort. Door de omgeving waan je je in Wuthering Heights waar Catherine haar Heathcliff zoekt. Bij pub Linton is het hoogste tijd voor een mug coffee. De landlady is zeer vriendelijk. We hebben onze bedrijfskleding nog niet uit, of de percolated coffee, alleen maar even drukken, en chocolade taart staat al klaar. Ze verbaast zich erover dat er vandaag zoveel motorrijders langskomen en ook nog uit The Netherlands. Overal langs de weg zie je bordjes die verwijzen naar bezienswaardigheden en zo komen we terecht in Althestaneford, de oorsprong van de Saltire, de Schotse vlag. Achter de kerk, in de duiventil, een leuke presentatie met een stem die lijkt op die van Sean Connery en een kleine lichtshow. Het komt er op neer dat in het jaar 832AD een teken van boven komt. Aan een blauwe hemel verschijnt een wit andreaskruis en de picten en scotten winnen de oorlog. Sinds die tijd wordt de Saltire als enige echte beschouwd. De zgn. Koninklijke vlag is de The Lion Rampant. Het nationale symbool van Schotland is de distel. Elk land in GB heeft zijn eigen bloem, de roos voor England, de klaver voor Ierland en de narcis voor Wales. Ben je in Schotland dan moet je natuurlijk een stokerij bezoeken. Glooiende akkers, de graanschuren, nevelige silhouetten van de whisky Glenkinchie Distillery zetten ons hart in vuur en vlam, na een rondleiding en proeverij. Hoe gezellig het ook is we houden het op een nipje. Als we de gigantische verzameling van flessen zien is het alleen nog een kwestie van kiezen voor thuis. De hamvraag: komt dit flesje thuis?. In Dalkeith onder de rook van Edinburgh gaan we voor de fish and chips incl. vinagar. Door de wetgeving niet meer in een krant maar speciaal papier bedrukt alsof het krantenpapier is. We komen in tijdnood. Als we Crichton Castle, uniek vanwege prachtig beeldhouwwerk in hout, nog willen bezichtigen, moet het gas een tandje hoger. Wat de mannen helemaal niet erg vinden.

 

We pannen richting “thuis”. Zelfde concept: Een pint, een warm bad, een lekkere hap eten. De avondwandeling gaat naar de brug en langs de reunie van Kelso Abbey. Door de tralies kijkend zien we een indrukwekkend gebouw. Na een slaapmutsje, onze eigen Glenkinchie vertrekken we snel naar dromenland.

Kelso-Lanark 200 km. Het vaste ochtendritueel, de niergordel noodgedwongen een standje losser. Vandaag rijden we “bekofferd”  Een tip: Bezoek het museum of flight. De mannen hebben hier wel oren naar. Met behulp van Beth over holle wegen, langs sterke heuvelruggen, het verkeer als onbestaand, staan we precies om 10.00 uur voor het museum. Het is hier goed geregeld. Lockers voor de helmen en een groen polsband voor ‘goed gedrag’. Eerst naar de mess voor een mug coffee with scones and clotted cream. Veel oude meuk, gevecht-passagier-zweef en watervliegtuigen uit de vorige eeuw en prachtig gerestaureerd. We lopen van hangar naar hangar en af en toe horen we een raar geluid op het dak. Ja, jullie begrijpen het al het is gaan regenen. Een shelter is ingericht met allerlei educatieve spelletjes die alle te maken hebben met ‘lucht’. Wel wat anders als onze eigen Aviodrome. Het pronkstuk is toch wel de Concorde. Je mag erin, behalve de cockpit, die is afgesloten met een glazen deur. Zie je toch nog iets. Voor het ‘kodak’moment is een klein rond gaatje gemaakt. Lunch in de mess heerlijke sandwich met warme brie en bacon. De tikkende klok maant ons om verder te rijden.Via die typische border weggetjes, met hun hagen en stenen muurtjes door de Moorfoot Hills, met gekleurde heuvels, stil en verlaten komen we terecht in Selkirk, de oudste stad in het grensgebied, terug in de ‘beschaving’. Ook hier staat het stijf van de geschiedenis. De vrijheidsstrijder William Wallace(Braveheart) wordt hier tot Guardian of the Kingdom Scotland genoemd. De dichter Walter Scott, je weet wel van Ivanhoe, was hier Sheriff Deputy. Maar Selkirk is vooral bekend om zijn Wavery Mills. We bezoeken Lochcarron Visitor Centre, hier produceren ze het garen voor het weven van de Tartan stof (kilts). Heel leuk om in een werkende fabriek een rondleiding te krijgen. Nooit geweten dat mohair van geiten komt. Prinses Diana, voor haar eigen tartan, Dior en Channel behoren tot de klanten en natuurlijk de MacDonald, MacKenzie, MacGregor enz. Selkirk achterlaten komen we al snel in Tweed Vallay. De bedding van de rivier is in de ijstijd gevormd. Kronkelende wegen, langs de oevers, deels door het bos, de heuvels, frisse buitenlucht. De lucht grijs, zeer grijs, een vallende drizzle die al snel overgaat in een plensbui. Over de Tweedmuir Hills naar St.Mary’s Loch, het grootst natuurlijk Loch in de Borders. De weg is in de winter ontoegankelijk met hellingspercentage van 20%. Volgens de legende heeft het meer geen bodem, het koudste meer in Schotland. Een paar gasstoten verder stoppen we abrupt bij Megget Reservoir, niet alleen om van het uitzicht, over het rimpelloze meer, naar Tella Reservoir te genieten, maar ook om de regenkleding aan te doen. Megget Reservoir is de beroemde watervlakte waar de Britten geoefend hebben om een bom op een stuwmeer in Duitsland te ‘droppen’, wat gelukt is. Een ruig gebied, langs een somber dal, door een desolaat heidelandschap, maar o zo mooi. Wie kent het niet, dat gevoel van, hier is de natuur de baas. We rijden dit prachtige gebied uit naar het kleine dorpje Tweedsmuir met in de verte Broad Law, de een na hoogste berg in de borders en begeeft de intercom het. Geen Beth, geen Paul en geen lekker muziekje in mijn oortjes. Verder noordwaarts door het breder wordende Tweeddale om na een hoognodige tankstop, leve de Garmin, richting Lanark, onze volgende slaapplaats te rijden. Onder de rook van Lanark ligt New Lanark; een World heritage village. Een gerestaureerd katoenspinnersdorp uit de 18e eeuw. De Hr.Lanark had zeer vooruitstrevende ideeën. Het Art Deco Cartland Brigde Hotel P1010584bereiken we via een klein parkje, goed onderhouden gras en oude dikke bomen. Maken we toch nog bijna een ‘slippertje’ door losliggend rood grint. Het hotel, ooit thuis van een scheepskapitein is ingericht met heel veel nautic. Een legende: De overleden dochter des huizes waant hier nog steeds rond. Heerlijk deze verhalen. Een pint, een warm bad, een lekkere hap eten. Geen avondwandelingetje, het miezert nog steeds en kruipen met de plannen voor morgen onder de wol.

Lanark-Lanark 205 km. We raken steeds meer ingespeeld op het motorleven. De dagen rijgen zich aaneen. Bacon and eggs, saugages, beans, toast and a mug coffee. Op de Pan ontelbare waterdruppels van een vochtige nacht. Genietend van het landschap en de steeds maar dunnere bevolking met af en toe een boerderij rijden we richting west naar de kust. Ook vandaag rijden we ‘Beth’-loos. De kleine weggetjes hebben wel een klein nadeel, vaak afgezet met stenen muurtjes aan beide kanten. Linkerbocht, zorgen dat je het muurtje niet raakt. Rechterbocht, niet teveel naar rechts er is altijd kans op een tegenligger die je lang niet altijd van tevoren ziet aankomen. Dan is het zorgen dat de rechtsreflex niet de kop op steekt. Links rijden! Niet vergeten, verdorie!. Zo gezegd, zo gedaan, wiegen we van de ene na de andere bocht en rijden het land van Robert Burns binnen, Ayrshire. Na wat doorgaande wegen leggen we de Pan stil in Ayr: parking town-centre-sea front, zo’n typisch schots bad/havenplaatsje uit vervlogen tijden aan de Firth of Clyde. Bij mooi en helder weer, voor ons niet, heb je uitzicht op Isle Arran en zelfs Isle Kintyre. Het stadje zelf laten we links liggen. Wij gaan voor de kustweg, dan weer hoog, dan weer laag vlak langs de zee. Groen/grijs met een ietwat dreigend karakter, donker dreigende wolken. Langs de reünies van Duncare castle. Culzean castle willen we bezichtigen. Bij de kassa aangekomen hebben we het idee dat motorrijders niet welkom zijn en worden niet vriendelijk te woord gestaan. Maar ja, we zien er ook uit als verzopen katten. Daarbij komt een entree van £23 pp. De beslissing is snel genomen!!. Aan de A719 ligt Electric Brea, lokaal Croy Brae genoemd. Een weg die niet lijkt wat het is. Of wat het is niet lijkt. Uphill or Downhill??. Een illusie. Op elke hoek, elke straat elk dorp is wel een verwijzing naar Robert Burns, de geliefde schotse dichter. In het dagelijkse leven werkte hij bij de afdeling Douane en Heffingen (Duty of Excise special Tax).

My heart’s in the Highlands, my heart is not here, My heart’s in the Highlands, a-chasing the deer, A-chasing the wild deer and following the row, My haert’s in the Highlands wherever I go. Robert “Rabbie”Burns (1790)

We verlaten de kust. Na een hartversterkend maal in The Buck, Straiton gaan we ‘huiswaarts’. Zo goed als verlaten weggetjes, over oude bruggetjes, langs riviertjes door een golvend kaal heidelandschap. Een raadsel of die schapen wel genoeg te eten krijgen om in leven te blijven. Showers afgewisseld met Sunny spels. Terug bij het hotel breekt de zon door, Beth wordt aan de praat gebracht en kunnen we heerlijk op het goed onderhouden gras een 6 uurtje nemen. Ooit hier van gehoord: William Wallace had hier, in Lanark, een lief, helaas gedood. Nooit de film Bravehaert gezien?. De avond heeft een droef tintje. We heffen het glas voor een dierbaar Pan vriend die afgelopen zaterdag, plotseling op 67 jarige leefdtijd is gaan hemelen.

 

Lanark-Kirkcaldy 180 km. In 2006 zijn we er niet bij, Paul zit aan de studie. Het 10jarig bestaan van de Schotse Pan-Clan gaat aan onze neus voorbij. 6 Jaar later, weer een feestje. De ochtendzon heeft goud in de mond. Met een flinke hap achter de kiezen maken we ons klaar om te vertrekken. Vanauit Lanark noordwaarts om een nieuw stukje van Schotland te ontdekken. De Pan komt op bedrijfstemperatuur, de wegen leeg, de dorpjes rustig, het zonnetje schijnt. Wat wil een mens nog meer. Een klein ongemak aan het links rijden als we een motorcollega tegenkomen en willen groeten. Eh, hand loslaten is ook gas loslaten, een linkse hand opsteken wordt ook niets. Het groeten wordt overgelaten aan ‘op de achterbank’. In Falkirk klappen we de zijstandaard uit. Het Falkirk Wheel is een draaiende scheepslift. De lift verbindt het Fort and Clyde Canal met het Union Canal, waarbij een hoogte van 35 meter overbrugd wordt. Het is de enige roterende scheepslift ter wereld en is een uniek kunstwerk. Ik had het veel groter verwacht en daarbij is het een grote toeristische attractie. ‘Beth’ meldt dat we langs Antonini Wall rijden; North-West-Frontier of a roman empire. Deze muur moest ooit de Hadrian Wall vervangen, die 160 km. zuiderlijker ligt. Er is nog weinig van over. We passeren dorpjes met middeleeuwse vakwerkhuizen, koffiestop met een lekkernij bij The Loganlea Restaurant and Giftshop. Alles wat er staat is dus te koop. Voor wie zijn ogen openhoudt is er onderweg veel te zien en kijk je door de wimpers van je ogen, dan waan je je in de wereld van Bravehaert. Hier rechts tettert Beth en belanden onverhard. Zachtjes zing ik Ludo bedankt, Ludo, Ludo bedankt. Weer terug verhard komen we al snel langs de reünie van Burleigh Castle, een middeleeuwse verdedigbare woontoren aan de noordkant van Loch Leven. We pannen het Kingdom of Fife binnen, ooit homeland van de nogal woeste picten. Wolken en zon, toveren wisselende schaduwen op het landschap. Behalve de wind die door de boomtoppen strijkt hoor je vrijwel niets of het moet een kreet van een roofvogel zijn hoog in de blauwe lucht. Hoe dichter we bij Kircaldy, in Gaelic The Lang Toun, worden de wegen ‘gekleurd’ door Pans. Aangekomen bij Beveridge Park Hotel worden we zeer gastvrij ontvangen. Eerst maar even inchecken en snuffelen in de goodiebag, waar ontzettend leuke spulletjes inzitten. Een klein flesje whisky, schotse sjaal, hebben dingetjes voor de Pan, een poloshirt als bewijs dat we erbij zijn, een mooi draaiboek, in het nederlands, voor de komende dagen. Ontdaan van onze bedrijfskleding wordt het bijzonder gezellig tijdens het 6 uurtje op het zon overgoten terras. Zijn we echt in dat koude natte Schotland?. Om 19.00 uur een Schots welkomswoord en huishoudelijke mededelingen. Citaat: Net als de Nederlanders, staan de Schotten bekend voor hun zuinigheid (wat wij voorzichtigheid noemen) maar net als de Nederlanders kunnen we ook zeer vrijgevig zijn. Dit jaar willen we de National Association for Bikers with a Disability (NABD) ondersteunen, door middel van een loterij. Note: De gehele opbrengst £2500 is naar dit goede doel gegaan. Ja, Panriders zijn gullen gevers. Houdt je niet van schapen (koteletjes, taartjes, maagjes, oortjes of pootjes) er is genoeg keus uit het buffet. Zoals uit voormalige overzeese gebieden, de Indische chicken tikka masala. Na een mug coffee with Lemon Torte belanden we al snel in de Pub.

Run C-Know your Fife-Fabulous Fife 190 km. Er zijn drie begeleide routes, door middel van het ‘Tail-End-Charlie’ systeem die thuis al aan Beth zijn toevertrouwd. Wij gaan onze eigen gang, door ervaring wijs geworden. Het is een koude nacht geweest. De grijze ochtendlucht is aan het oplossen en hier en daar zien we een zonnetje. We rijden langs de zuidkant van het Loch Leven. Midden in het loch ligt Loch LevenCastle. Dat Mary, Queen of Scots, ooit hier gevangen heeft gezeten zal een weetje blijven. Wij pannen door naar onze eerste mug of coffee; Powmill Milkbar Coffee Shop. Aan de buitenkant een beetje somber, maar aan de binnenkant een oevervloed aan taarten en natuurlijk een garden vol met bloemen. Het valt op dat we door een ander landschap rijden, weinig hoogteverschil, wat meer rechte stukken, maar toch wonderschoon. We passeren eeuwenoude dorpjes, lekker rustig verkeer, fantastische B-wegen. De wind heeft vat op de Pan en ons. Fraaie vergezichten, strakke gazonnetjes en aangeharkte tuinen. Het gemurmel van de Pans brengt ons naar Newport on Tay, waar we bij Tay Bridge View point een prachtig panorama uitzicht hebben op de Tay Bridge naar Dundee. Langzaam rijden we home of the golfsport; St. Andrews binnen. Ooit het religieuze centrum van Schotland. Nu de bron van de golfsport en lijkt elke berm op een puttinggreen. Hier zijn immers de spelregels: Hit it, find it and hit it again, vastgelegd. Hou zouden de Schotten het vinden als we met de Pan over de heilige Old Cours rijden. Helaas ‘members only’. De oudste universiteit van Schotland (1410) is hier. Een uitstekende plek om een hap te eten, te kuieren over de markt, door de bruisende mainstreet, te dartelen langs St.Andrews Castle and St.Andrews Cathedral. Het is een prachtige dag met nauwelijks een wolkje aan de hemel. Vervolgens volgen we de kustlijn naar het pittoreske havenplaatsje Crail, gelegen aan de East Neuk of Fife, waar de huisjes aan de lage landen doen denken en de zee, onze eigen Noordzee, verhalen over piraten verteld. Waar ontzettend veel Hollandse invloeden terug te vinden zijn. Jawel, door onze eigen vader des vaderlands. Misschien zijn Paul zijn voorouders hier ooit geweest. Een Scheveninger en een Schot verstonden elkaar immers probleemloos. Leg de klemtoon maar eens op: ‘Na, but I ance kent a man who had been to Crail’  Hoe moet het er zijn als de storm over de Noordzee raast. Een beeld van het leven zoals het gisteren was. Langzaam beginnen we gas te geven richting Kilcaldy, steeds langs de kust met heel veel golfbanen. De groepsfoto word gemaakt. Het buffet bestaat uit meer lokale gerechten: Lamb, Haggis, Neeps and Tatties, Stovies and Pie. De ticketverkopers komen langs voor de loterij. ‘Bens’ zijn bergen, ‘Glens’ zijn valleien en ‘Lochs’ zijn meren. Namen uit het Gaelic. Nog zo keurig gearticuleerd, klemtonen netjes uitgesproken, juiste tempo en toch nog struikelen over je eigen tong. Een paar glazen wijn heffen de taalbarrière doeltreffend op er wordt gegeten, gedronken en vooral veel gelachen. Gezamelijk zingen en dansen we mee op de muziek van de band. Tulpen uit Amsterdam en The Flower of Scotland. Het wordt een lange avond en een korte nacht.

Run B-Loch, Lochs and more Lochs 280 km. Enigszins met een watterig gevoel in het hoofd, we zijn niet de enige, zitten we aan de breakfast. Vandaag wordt een ontspannende en sportieve rit over meer doorgaande wegen, toch nog met een groen lijntje richtig Crieff. Maar we lopen op de zaken vooruit. Eerst stoppen we bij Knockhill Racing Circuit. Een bikersparadijs waar rappe mannen komen om hun kneepads bij te slijpen. Gratis te bezoeken als er geen races zijn. Helaas 3de June-Knockhill Motorsports Club Bike Racing. We staan voor een ‘gesloten deur’. De mannen zijn zeer teleurgesteld. We kunnen niet geloven dat het vandaag weer een prachtige dag is. Bij Visitor Centre Crieff met Restaurant, Shop en Garden Centre hangen we de toerist uit en kopen als aandenken een pin met de saltire en lion rampant. Voorbij Crieff begint dat schilderachtige weer. In de berm van de weg veel fazanten en die Schotse Whisky producerende vogel ‘The Famous Grouse’. Dat wordt nog bijna een roadkill. Links Loch Earn, met bosrijke oevers. Veel bedrijvigheid, een picknick, spelende kinderen. Rechts de bergen. Daartussen de Pan en wij. Kronkelende wegen, bocht in en uit. Heuvels bekleed met een lappendeken van groene kleuren. Bij Lochearnhead is het rechtsaf naar Killin, voor ons niet. De achterrem loopt weer vast. Wij gaan linksaf. Na de noodreparatie rijden we op ons dooie gemak, genietend van de omgeving, tussen bergen, beekjes, meertjes met op de achtergrond de kalme oude heuvels. Één voordeel: Er kan nu licht geremd worden maar alleen met de voorrem. Ons panneke moet met fluwelen handen en voeten bediend worden. Zo komen we wel terug in de Lage Landen. Op en neer, links en rechts slingert de weg zich over Pass of Leny, door een tijdloos landschap aan de noordzijde van The Trossachs Mountains. We passeren eeuwenoude historische dorpjes zoals Callander, rijden door het land van Rob (Robert MacGregor) Roy. De schotse Robin Hood. Volksheld en vrijbuiter. Ooit verbannen door onze eigen Willem van Oranje. In deze omgeving haalde hij zijn streken uit door veeroof en diefstal. Geboren van adel, gestorven, begraven in Balquhidder. Op zijn grafsteen staat: MacGregor despite them. Een stuk of wat verlaten dorpen verder stuurt Beth ons met een ruime bocht de snelweg op. Dat is echt niet de bedoeling, daarvoor zijn we hier niet gekomen!. Eerlijkheidshalve moeten we wel vertellen dat sommige stukken van de niet gereden route, voor ons geen onbekend terrein is. Daar in tegen hebben we natuurlijk wel een stuk van route A-Trossachs Mountains verkend. We doen een wandelingetje, babbelen met de schotten, zitten heerlijk in het zonnetje. Een overheerlijk 3 gangen menu incl. alcoholische versnaperingen. De ticketverkopers komen nog een keer langs. De loterij wordt gehouden. De avond staat in het teken van o.a. een Ceilidh (Kee-Li-Scottish country dancing). Het dragen van Tartan geeft de avond een Schotse flair. Kilts worden aanbevolen. Maar ja, die hebben wij niet. Een presentatie van professionele dansers, daarna gaan wij aan de bak. We krijgen les in het schotse dansen. De klanken hebben een onverwachte uitwerking op de panners. De dansvloer stroomt in een oogwenk vol. Ook wij stappen spontaan het plankier op. Nooit geweten dat je aan zulke muziek en dans zoveel lol kunt beleven.

Kirkcaldy-Newcastle 245 km. De laatste dag, we hebben geen keuze. De Pan is bekofferd, de visa wordt geplunderd, een laatste full scottish breakfast, Een uitgebreide afscheidsessie. ‘Whe see you in Austria in August’. Het landschap mag dan bijzonder fraai zijn, maar de schotten maken dit pas echt tot een bijzonder plekje op deze aardbol. De Forth of Road Brigde en City Bypass Edinburgh nemen we probleemloos. We maken nog een ommetje. Via binnendoorweggetjes naar de Rosslyn Chapel, Roslin. Je weet wel van de Da Vinci Code. Hier komen fictie en waarheid bij elkaar. Heel apart, met mysterieuze verhalen over ridders en moorden. Prachtig beeldhouwwerken. Onder in de catacomben, waar de heilige graal verborgen zou zijn. Niet koud. Spooky. Uren wil ik hier doorbrengen. There is no Photo or Video allowed inside Rosslyn Chapel. Helaas we moeten zuidwaarts waar de ferry ligt te wachten. Her en der zitten Panners in het zonnetje aan een mug coffee of icecream. Ook wij laten dat niet aan ons voorbij gaan. Voor de laatste maal genieten van schotse taferelen en zo pannen we England weer binnen. Langs de prachtige kustweg, waar het water van de Noordzee tegen de kade beukt en hoge brandingen veroorzaken. De stilte wordt weer ingeruild voor de drukte als we Tynemouth binnenrijden. Het lijkt erop dat half England verpozing zoekt aan de shores of the North Sea op deze mooie zonnige dag. Aan het eind van de middag staan we aan de kade van Newcastle-upon-tyne. Voor ons ligt de King Seaways. Onze tijd zit er bijna op. We willen het nog lang niet achter ons laten. We zijn met 8 ST1300 en 5 ‘op de achterbank’. Niet compleet. 2 Pans pannen nog een kleine week door England. 2 Koppels zijn om persoonlijke reden met het vliegtuig terug. De Pans zijn achtergebleven en worden gerepatrieerd. Terug aan boord, kijken we hoe we tussen de pieren door het ruime sop kiezen. Als een soort van dronkenlappen, niet van de alcohol, lopen we langs het Round the World Buffet. Daarna duiken we al snel de kooi in.

IJmuiden-thuis 71 km. We staan aan de kade van IJmuiden-haven. Voor ons ligt Nederland. Naar thuis dus, waar de wegen weer recht zijn en het landschap een tikkeltje minder overdonderd…Je moet wel een beetje prettig gestoord zijn. Wegen vol grind en gaten, kou, regen, zon of wind (Vierseizoenen in één dag). Hidden dips, blind summits, cattle grid, single-track-roads, passin places. Je steeds aan en uitkleden. En toch elke dag weer Pannen, Pannen, Pannen…..Het is mooi geweest, voor soul and mind en zijn een ervaring rijker.

‘Het leven is wat je gebeurt, terwijl je andere plannen maakt’. John Lennon

And the last remark: Don’t say to a Scotsman or Scotswoman how nice this part of Engand is. Scotland is Scotland and no part of England.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Images and Words